Jezus: God en mens

25 december 2022

Ons verleden en onze toekomst in Jezus’ hand.

Lezen: Matteüs 1:16-25

Tekst: Matteüs 1:16

Vandaag vieren we het komen van God naar de aarde. Dat is het kerstfeest, God komt op aarde. Juist nu willen we dat vieren ondanks de schaduw die er over heen hangt. Niet omdat we ons verdriet willen overschreeuwen, maar juist omdat we in ons verdriet die boodschap van Gods komen naar de aarde zo nodig hebben.

 

Om het wonder van Kerst te ontdekken moet je bedenken dat God wel vaker naar de aarde was gekomen, maar nooit als mens! Dat maakt het deze keer bijzonder. Denk aan hoe God bij Abraham op bezoek komt (Genesis 18). Abraham zit voor zijn tent en als hij opkijkt ziet hij plotseling drie mannen staan. Vlug staat hij op en nodigt hen uit voor een maaltijd. Terwijl ze eten zegt een van hen: over een jaar zal Sara een zoon hebben. Sara lacht in zichzelf bij dat idee. En dan staat er opeens (vers 13): ‘Toen vroeg de HEER aan Abraham: ‘Waarom lacht Sara?’ Het was dus al die tijd God zelf. Maar als ze uitgesproken zijn, gaat God ook weer weg (vers 33).

 

Denk ook aan hoe Jakob God ontmoet bij de rivier de Jabbok (Genesis 32). In de nacht vecht iemand met hem. Jakob ontdekt dat het God zelf was en noemt die plaats Peniël, ‘want’ zegt hij, ‘ik heb oog in oog met God gestaan en toch is mijn leven gered’ (vers 31). En zo kun je verder gaan het hele Oude Testament door. God komt op aarde bij de Sinaï (Exodus 19). Eerder al kwam God op aarde om Mozes tot zijn taak te roepen, God sprak met hem vanuit een brandende braamstruik (Exodus 3). En ook voor Mozes’ opvolger Jozua komt God naar de aarde. De Israëlieten zijn op een gegeven moment de Jordaan overgestoken. Jozua loopt wat rond in de buurt van Jericho (Jozua 5:13). Plotseling ziet hij een man tegenover zich staan met een getrokken zwaard in de hand. Jozua gaat op hem af en vraagt: ‘Hoor je bij ons of bij de vijand?’ Waarop de man antwoordt: ‘Bij geen van beide, ik ben de aanvoerder van het leger van de HEER.’ Jozua valt op zijn knieën en vraagt: ‘Mijn heer, ik ben uw dienaar, wat beveelt u mij?’ De eerste opdracht die hij krijgt is: ‘Trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.’ Dat was dezelfde opdracht die Mozes kreeg toen Hij God ontmoette.

 

Maar op al deze momenten bleef God God. Hij kwam op aarde en vertrok weer. En de mensen die God bezocht waren diep onder de indruk, ook al verscheen God aan hen als een mens. Maar in de kerstnacht wordt God mens. Gods Zoon wordt geboren uit een vrouw. Gods Zoon laat zich opnemen in zijn eigen schepping. Dat is nog eens met beide benen in de klei gaan staan. De God die het wonder van het menselijk geboren worden heeft geschapen, gaat nu zelf die weg. Gods Zoon groeit negen maanden in de buik van Maria, Hij kan geen kant op. Het Woord door wie alles geschapen is, houdt negen maanden zijn mond. En als Hij dan door het geboortekanaal gegaan is, net als ieder mens, dan kan Hij zijn mond alleen maar openen om te huilen. Hulpeloos laat de machtige God zich wiegen in de armen van de mens die Hij zelf geschapen heeft. Hij die alles in stand houdt moet verzorgd worden. Hij die vol is van laaiend vuur moet warm gehouden worden door doeken en dekens. Kun je je er iets bij voorstellen? Ik niet. Waarom zou Hij dat doen, waarop als Schepper niet boven je schepping blijven staan? Waarom wil de pottenbakker nu zelf de klei worden?

 

Omdat Hij op die manier onze toekomst ter hand neemt. God had de aarde met alles er op en er aan toevertrouwd aan de mens. Adam en Eva hadden de opdracht gekregen de aarde te bewerken en te bewaren. In Psalm 8 hoor de je echo daarvan: ‘U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd.’ Maar de mens bakt er niks van. Sinds de zondeval lukt het de mens niet om goed voor de aarde te zorgen. In onze tijd wordt dat meer zichtbaar dan ooit. We plegen roofbouw op de aarde, dier- en plantensoorten sterven uit, we zorgen niet goed voor de medemens. Als koningen zijn we onze kroon onwaardig.

 

Het gaat ons ook niet lukken om het beter te doen, dat is al zo vaak geprobeerd. Maar daardoor hangt er een enorme schaduw over onze toekomst. Een schaduw van onzekerheid. We vieren dan wel Kerst vandaag, maar de werkelijkheid van het dagelijks nieuws benauwt ons. Ik denk aan de oorlog in Oekraïne. Aan de hoge energieprijzen. De inflatie. Het klimaatprobleem. De vluchtelingencrisis. De krapte op de huizenmarkt. Onze toekomst ziet er niet zonnig uit. Misschien probeer je er even een paar dagen niet aan te denken, maar daar wordt het niet echt anders van. Wij hebben deze wereld niet meer in de hand. Juist daarom werd Gods Zoon mens. Hij kwam om als mens over deze wereld te regeren. God had die regering toevertrouwd aan de mens, aan Adam en Eva, en daar blijft Hij bij. Zijn eigen Zoon wordt daarom een mens om in onze plaats te regeren. Jezus Christus neemt onze toekomst ter hand. In Galaten 4:4 schrijft de apostel Paulus: ‘toen de bestemde tijd gekomen was, zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw.’ God zond zijn Zoon, Jezus is God. Maar Hij wordt geboren uit een vrouw, Jezus is mens. En Jezus blijft mens ook na zijn opstanding en hemelvaart. Vanuit de hemel regeert Hij de wereld en zorgt Hij voor de schepping. Gekroond met glans en glorie is alles aan zijn voeten gelegd. Het wonder van Kerst is dat God naar de aarde kwam, niet als God maar als mens.

 

Maar hoe zit het nu met die stamboom van Jezus in Matteüs 1? We zijn daar de afgelopen weken mee bezig geweest. We hebben stilgestaan bij een aantal vrouwen uit het voorgeslacht van Jezus. Maar is het dan niet een beetje teleurstellend dat Jezus helemaal niet van deze vrouwen afstamt? Als je goed luistert naar Matteüs 1:16 dan schrik je je wild, dit is de stamboom van Jozef. Het staat er letterlijk: Mattan verwekte Jakob, Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.’ Maar Hij wordt niet verwekt door Jozef, juist niet. Maria blijkt zwanger te zijn door de heilige Geest. Jozef wil haar daarom verlaten, maar dat is niet de bedoeling, een engel vertelt hem in een droom dat hij bij Maria moet blijven. Waarom geeft de evangelist Matteüs deze stamboom? Waarom zegt hij in vers 1: ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham’? Jezus stamt helemaal niet van hen af. En ook niet van de vrouwen die in deze stamboom genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth, Batseba. Alle mooie woorden die we daar in de afgelopen weken aan gewijd hebben hangen in de lucht.

 

Is het Gods Zoon dan toch te min? Voelt Hij zich boven deze vrouwen met hun verledens verheven; twee hoeren, een vrouw die verkracht is, een buitenlandse? Nee, Hij voelt zich niet boven hen verheven. Wat Gods Zoon hier laat zien is dat je jezelf niet van je verleden kunt losmaken. Een redder uit het geslacht van David zou met dezelfde problemen behept zijn als al zijn voorouders. Maar, het voorgeslacht van Maria was toch ook niet heilig? Nee. En ook Maria zelf was niet heilig, mocht je dat soms denken. Juist daarom is de stamboom van Matteüs 1 opvallend. De evangelist maakt zo een statement. Heel bewust werkt hij die hele stamboom uit, naam voor naam, maar dan helemaal op het eind zet hij de bijl er in. Er moet iemand zijn die kapt met de zonde. Die het verleden definitief een halt kan toeroepen. Wij mensen kunnen dat niet. Ons verleden achtervolgt ons. Dingen die we gedaan hebben en nooit meer kunnen herstellen. Soms kun je ze niet eens vergeten. Hoe hard je het ook probeert, het komt je steeds weer voor ogen. We slepen het verleden met ons mee. Denk ook aan pijn en verdriet. Aan rouw. Vaak heeft het een datum en komt het ieder jaar terug. Maar zelfs de mooie dingen uit het verleden, ze zijn voorbij. Mooie herinneringen zijn niet meer dan herinneringen. Je kunt de werkelijkheid van toen niet terughalen. Die mooie jeugdjaren, de eerste jaren van je huwelijk, je gezin met kleine kinderen. Wij zitten gevangen in de tijd: de toekomst kennen we niet en het verleden kunnen we niet veranderen. Ik kan met beide worstelen, de toekomst maar ook het verleden.

 

Wat is het dan troostvol dat Jezus God is. Hij werd geboren uit de maagd Maria. In zijn geboorte laat Gods Zoon zien met het verleden te kunnen afrekenen. Eerst trekt Gods Zoon ons verleden naar zich toe, Hij zegt: Ik stam af van Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. En ook van Abraham, die niet zonder zonde was. En van David, idem. Gods Zoon trekt het verleden naar zich toe, om zich er vervolgens met goddelijke kracht van los te maken. Hij neemt de schande en schuld van zijn voorouders op zich, maar door zijn geboorte uit de heilige Geest roept Hij dit verleden een halt toe. Hij maakt het verleden los van hen die er onder gebukt gaan. Ook dat is het wonder van Kerst: God Zoon kwam naar de aarde als mens, maar Hij was en Hij bleef God.

 

De boodschap van deze Kerst is, leg je verleden maar ook je toekomst in Jezus’ handen. Ik weet niet hoe u en jij met het verleden en de toekomst omgaan, maar vaak hoor ik de uitdrukking: laat het los. Het kerstevangelie zegt dus iets anders. Niet: laat het los, maar: leg het in Jezus’ handen. Wanneer je je verleden in Jezus’ handen legt, het bij Hem brengt in gebed, vernieuwt Hij het. Jezus vernieuwt je verleden. Hij trekt je verleden naar zich toe en geeft het een nieuwe betekenis. Hij maakt van verdriet hoop. Hij maakt van fouten mogelijkheden. Hij maakt van schande eer. Wij hebben de neiging om moeiten uit het verleden te verdringen. En als het gaat over de toekomst zit er ook zomaar hoogmoed in ons; wij gaan de problemen wel even oplossen. Dat is hoe de zonde in ons doorwerkt. We beleven de dingen los van God, de duivel wil ons de dingen laten beleven los van God. Maar wat gaat het dan vreselijk mis. Wat blijf je dan zitten met het verleden. En wat is de toekomst dan onzeker. Jezus trekt de dingen in het licht. Zo bevrijdt Hij je. Hij neemt beide ter hand, je verleden en je toekomst. Hij maakt je verleden van je los en Hij gaat met je toekomst aan het werk. Daarom is de boodschap vandaag: leg je verleden maar ook je toekomst in Jezus’ handen. Jezus wil dat je uit zijn verlossing leeft en voor de toekomst vertrouwen hebt in Hem. In het geslachtsregister van Matteüs 1 ontdek je dat voor Jezus niets te erg is. Niets is te groot voor Hem of te beschamend dat Hij het niet aankan. En wat is het heerlijk als je dan rust mag ervaren. De rust die het geeft wanneer tot je doordringt dat Jezus je verleden maar ook je toekomst in handen neemt.

 

Om dit voor jezelf praktisch te maken moet je bidden om vergeving van je zonden. Niet gedachteloos, maar bewust en doorleefd. Wij kunnen ons verleden niet veranderen. Gemaakte fouten kunnen je soms herstellen, maar gebeurd is het dan nog steeds. Alleen Jezus kan je verleden uitwissen, het een nieuwe betekenis geven. Bid daarom. En leg in je gebed dan ook de toekomst in zijn handen. Vraag om rust, om vertrouwen op Hem. Veel dingen zijn te groot voor ons, maken ons onzeker. Zeg het dan maar in je gebed: ik vertrouw op u. Wilt u doen wat ik niet kan, Here Jezus. Regeer deze wereld en breng de toekomst tot een goed einde. Leer jezelf zo aan de dingen niet los te laten, maar in Jezus’ handen te leggen. Dat is een groot verschil. Wat je los laat komt zomaar uit ongedachte hoek weer op je af. Wat je in Jezus’ handen legt, ligt daar veilig. Zo groei je in vertrouwen. Het vertrouwen dat je verleden je niet achtervolgt en de toekomst je niet overvalt. Verleden en toekomst in Jezus’ handen - en dat vieren we vandaag. Amen.