Bidden omdat God naam wil maken in je leven

5 mei 2013

God wil be-roem-d worden in jouw leven. Hij kwam al met zijn naam in je leven en wij leven al in Gods beroemde werken van schepping, verlossing en heiliging. Toch merken wij vaak dat we onze naam in zijn plaats zetten.

Lezen: Jesaja 40:12-31

Tekst: Zondag 47

Wij leven in een wereld vol ‘mensen van naam’. En dat is niet iets van de laatste tijd, je komt het in Genesis al tegen, daar gaat het over ‘mannen van naam’ (6:4, NV51). Dat is de oude vertaling, de Nieuwe Bijbelvertaling heeft het over ‘de befaamde helden’. Want daar gaat het over: mannen van naam -en ook vrouwen van naam- dat zijn mensen die beroemd zijn. Idolen. Wij leven in een wereld waarin we graag opkijken tegen beroemde mensen. Wij leven bij grote namen. Namen die het nieuws beheersen. Namen die op shirts en sjaaltjes staan. Namen die op stickers en posters worden afgedrukt.

 

En mensen maken ook graag naam. Je kunt naam maken in de wereld van de muziek, misschien breek je door als zanger of zangeres. Je kunt naam maken in de wereld van de sport, na een gouden plak op de Olympische Spelen ben je opeens een beroemdheid. Je kunt ook naam maken in de wereld van de politiek. Je naam beheerst het nieuws. Je naam wordt genoemd op TV, in de krant, op twitter en youtube. Iedereen weet wat je gepresteerd hebt en roemt je kwaliteiten. Je hebt naam gemaakt.

 

Op 4 en 5 mei merk je ook dat we leven bij namen. We houden namen graag in gedachtenis. De namen van hen die gestorven zijn in de Tweede Wereldoorlog staan in steen gebeiteld. En vaak worden die namen bij herdenkingen hardop voorgelezen. Lange rijen namen van mensen die geen naam gemaakt hebben. Ze stierven jong, nog voor hun leven goed en wel begon. Tegen wil en dank hebben zij naam gemaakt als mensen die hun leven gaven.

 

Zo gaat dat met de namen van mensen. Het ene moment ben je een grote naam, het volgende moment word je vergeten. Vandaag dragen mensen je naam op hun kleren, morgen zijn je prestaties alweer achterhaald. En in die wereld van ‘mensen van naam’ zegt God: laat mij nou naam maken in je leven!

 

En dat is ook het thema voor de preek:

God wil naam maken in je leven

 

Wat is dat nou, naam maken? Het is meer dan bekend zijn of beroemd zijn. Achter die naam gaan prestaties schuil. Wie naam maakt in de sport heeft iets gedaan wat nog nooit eerder vertoond is. Dus iemands naam verwijst naar zijn of haar prestaties. Zo kan een naam staan voor een nieuw record op de 100 meter vrije slag. Of voor een nooit eerder vertoonde oefening op de rekstok. Wie naam maakt zet iets uitzonderlijks neer.

 

En dat geldt ook voor God. Zijn naam staat voor wat Hij gedaan heeft. Zijn naam is wat Hij doet: redden, verlossen, vernieuwen. En dat op een uitzonderlijke manier. Zoals nog nooit eerder vertoond is. Wanneer de Here zich bekend maakt aan Mozes bij de brandende braamstruik zegt Hij: Ik ben die Ik ben. Dat is mijn naam. Want Ik ben er bij, reddend en bevrijdend.

 

En zo wil God naam maken in jouw leven. Zo wil Hij bekend staan bij jou. De Here wil dat zijn naam centraal staat in je leven. Dat je leeft bij zijn naam. Maar het gaat verder, zo wil God ook beroemd worden in jouw leven. Be-roem-d, de Here wil roem ontvangen van jou. Omdat Hij jou redt en bevrijdt. God wil naam maken in jouw leven.

 

Want zijn naam maakt je leven. Die redding die in Gods naam besloten ligt heb je nodig. En de Here weet dat. Daarom wil Hij naam maken in je leven. Daarom wil Hij reddend en bevrijdend in je leven aanwezig zijn. Je kunt niet zonder zijn naam.

 

Je ziet dat ook in de naam van Jezus. Jezus is wat zijn naam betekent. Jezus betekent: God redt. En wat een redder is Hij. Een grote naam om bij te leven. Zo wil Hij bekend staan in je leven, als Redder. De apostel Petrus zegt over Jezus: ‘Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt’ (Handelingen 4:12). Daarom wil God naam maken in ons leven, centraal staan in ons leven, door ons be-roem-d worden. Omdat er alleen dan behoud voor ons is.

 

En nu wil God niet alleen naam maken in ons leven, God kwam al met zijn naam in ons leven. Wanneer je gedoopt wordt in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest komt God met zijn naam in je leven. God zelf neemt het initiatief. En Hij trekt zijn naam ook niet terug uit je leven. Nooit. Gods naam is in je leven, reddend en bevrijdend.

 

En dat geldt ook op het moment dat je bijbel leest of in de kerk bent. God komt je leven binnen met zijn naam die redding biedt. Met die reddende naam is Hij op dat moment in je leven.

 

En als wij om ons heenkijken zien we ook dat we leven in Gods werken. Gods naam is niet alleen in ons, maar ook om ons heen. We zongen aan het begin van deze dienst hoe Gods naam ons genoemd wordt door de sterren, door de zon en de maan. Soms is een schilderij van een beroemde kunstenaar niet gesigneerd. De naam van de schilder ontbreekt. Voor echte kenners is dat geen probleem, het schilderij zelf toont de naam van de kunstenaar. In die zin schrijft God zijn heerlijke naam in al zijn werken. De schepping is zijn werk. Maar het is niet gesigneerd. Voor hen die God kennen is dat geen probleem. De natuur toont hen Gods heerlijke naam.

 

Maar ook al leven wij in Gods werken -schepping, verlossing, vernieuwing- toch staat zijn naam lang niet altijd centraal in ons leven. Je ontdekt dat wanneer je bedenkt hoe je met namen bezig bent. Wat is de grote naam in jouw leven? Jouw idool? Jouw held? Vul het maar in voor jezelf. Tegen wie kijk jij op? Op wie wil jij lijken? En hoe druk ben je met je eigen naam? Wil jij niet beroemd worden? Wil jij niet naam maken in deze wereld? Bekend zijn, je naam in de krant en op TV? Wat voelt dat lekker. Gods naam wordt zomaar weggedrukt uit ons leven doordat wij naam willen maken voor onszelf. Of doordat wij ruimte geven aan een andere grote naam. Twee heren dienen gaat niet. En twee grote namen in één leven ook niet. Wanneer ik eerlijk rondkijk in mijn leven dan moet ik zeggen: ik ben vaak zo vol van mezelf en zo leeg van God.

 

En toch blijft God naam willen maken in mijn leven! God legt zich er niet bij neer dat wij andere namen nalopen of zelf naam willen maken. Gelukkig legt God zich daar niet bij neer. Als God ons met onze grote namen liet zitten, of met de droom van onze eigen grote naam, dan waren we verloren. Want geen één van die grote namen kan ons redden. Elke naam eindigt op een grafsteen. Jezus’ naam is de enige naam op aarde die redding biedt. Van Hem is er geen grafsteen. Zijn naam maakt je leven. Iedere andere naam, inclusief die van jezelf, breekt je leven.

 

Je ziet dat in de bijbel gebeuren. Wanneer mensen een naam willen maken voor zichzelf gaat het mis. Het loopt op niets uit. Het breekt het leven zelfs. God breekt dat leven. Dat is het verhaal van de Babylonische spraakverwarring. Dat verhaal begint ermee dat de mensen tegen elkaar zeggen: ‘laten wij een stad bouwen met een toren waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken opdat wij niet over de hele aarde verstrooid worden’ (Genesis 11:4, NV51). Maar toch is dat wat er uiteindelijk gebeurt.

 

Je ziet het ook gebeuren bij koning Nebukadnessar (Daniël 4), de man die meer dan naam had gemaakt. In de woorden van Daniël: ‘U bent machtig en sterk geworden, uw grootheid is zo toegenomen dat ze tot aan de hemel reikt, en uw heerschappij omspant de hele aarde.’ En Nebukadnessar wist dat ook zelf. Had hij niet een metershoog beeld voor zichzelf laten maken waar ieder mens voor moest neerbuigen? En sprak hij ook niet de woorden: ‘Is Babel niet indrukwekkend, de koningsstad die ik door mijn grote macht heb gebouwd tot eer van mijn majesteit?’ Maar om die woorden wordt hij door God verstoten van tussen de mensen, hij moet leven tussen de dieren van het veld en gras eten als de runderen, zeven jaren lang.

 

Soms maakt God de naam van een mens groot. Zo lees je dat de Here tegen koning David zegt: ‘Ik ben met je geweest overal waar je gegaan bent. Al je vijanden heb Ik voor je uitgeroeid. Ook zal Ik je een naam maken zoals die van de groten der aarde’ (2 Samuël 7:9, 1 Kronieken 17:8, NV51). Het zijn sterke benen die deze weelde kunnen dragen. En de grote naam van David moest ook verwijzen naar de naam van God. Hij was koning onder de gratie Gods. Juist Israëls koning moest een afspiegeling zijn van de grootheid en wijsheid, van de liefde en goedheid van God.

 

Maar niet alleen in koningen wilde God iets laten zien van zichzelf. Uiteindelijk in ieder mens. De mens, kroon op zijn schepping. God had de mens geschapen naar zijn beeld. Zodat je in hem, in haar, zijn merk zou zien. Zijn naam. Ook de mens is als kunstwerk van God niet gesigneerd. Voor kenners is dat geen probleem. Zelfs in de door zonde aangetaste mens zien zij nog de heerlijkheid van Gods naam. Gods naam is ook in ons leven, en wij leven in Gods werken. En toch kan het zomaar gebeuren dat wij Gods naam wegdrukken doordat we zelf naam willen maken. Wij leven in een wereld vol ‘mensen van naam’. En dat kruipt ook bij ons naar binnen. Het is vaak een heel subtiel verschil, Gods naam in je leven de eer geven of naam voor jezelf maken in je leven. Als je dat merkt dan begrijp je ook opeens waarom je moet bidden: ‘Uw naam worde geheiligd!’

 

Want het verschil tussen God en ons is levensgroot. Het verschil tussen onze naam en zijn naam is levensgroot. De profeet Jesaja laat dat haarscherp zien aan Israël. We hebben het gelezen, hoofdstuk 40. Alle oceanen ter wereld passen in de holte van Gods hand. De hemel zover je die kunt zien van oost naar west is nog maar de lengte van zijn onderarm. Al het zand van de aarde past bij God in een maatlepel. En je ziet God met die weegschaal in de weer: een berg erop , een heuvel erbij, ja zo is het goed. En zo gaat dat heel dit hoofdstuk door. Wie moest God iets leren? Niemand. Bij wie moet God om raad vragen? Bij niemand. De volken, al die miljoenen mensen, in zijn ogen vormen ze een druppel op de bodem van een emmer. Met wie wil je God vergelijken, vraagt Jesaja. Hij is niet in beelden te vangen. God is bijzonder en dat op een bijzondere manier. Dat wil zeggen, God is niet alleen anders maar Hij is ook zo anders dat het buiten al onze kaders valt van wat anders is. God past zelfs niet in de categorie bijzonder. Hij is heilig. Anders dan alles wat anders is.

 

En als het in Jesaja 40 dan gaat over het verschil met de mens dan is God degene die troont boven de aarde. Van Hem uit gezien zijn de mensen als sprinkhanen zo klein. En wereldleiders in al hun macht verwaaien als kaf wanneer God eventjes over hen blaast. Dit prachtige loflied van Jesaja 40 laat ons zien wat het verschil is tussen Schepper en schepsel. Het verschil is dat ze compleet verschillend zijn. Het zijn verschillende grootheden. Niet met elkaar te vergelijken. God is onvergelijkelijk groot!

 

En in de zwakke mens wil God zijn kracht laten zien, dat zijn de verzen 27-31. God geeft kracht aan hen die moe zijn. God geeft macht aan hen die zwak zijn. God geeft nieuwe kracht aan wie uitgeput zijn. Wanneer je zwakke mensen grote dingen ziet doen zie je Gods kracht. Wanneer je zwakke mensen ziet liefhebben zie je Gods liefde. Wanneer je zwakke mensen ziet gehoorzamen zie je Gods trouw. Wanneer je zwakke mensen God hoort roemen, prijzen en aanbidden hoor je zijn heilige Geest. Zo wil God naam maken in je leven. Als vanouds. Zo had Hij het bedoeld bij de schepping. Zijn naam in het leven van de mens. En zou je Gods naam ook niet in je leven willen hebben wanneer je zijn grootheid kent, zijn wijsheid en almacht in de schepping? Zou je Gods naam niet in je leven willen hebben wanneer je zijn goedheid, zijn gerechtigheid, zijn barmhartigheid en trouw kent in zijn werk van redding en bevrijding? ‘Geef ons eerst dat wij u naar waarheid kennen, en u heiligen, roemen en prijzen in al uw werken.’ Daar werkt God naar toe in deze wereld en op weg naar een nieuwe wereld. Een wereld die vol zal zijn van zijn naam in de levens van mensen. Tot zijn eer.

 

Jezus verkondigde dat rijk tijdens zijn leven op aarde. In de hemel is dat rijk er ook al. Het is de stad, de samenleving die van God vervuld is, die door Hem gevormd wordt en waarin Hij aanbeden wordt. Hij alleen. In de gemeente van Christus mag je er al iets van zien. En let erop dat mensen om ons heen daar een hele scherpe blik op hebben. Als gemeente van Jezus Christus zijn we tegelijk op weg naar die stad van de nieuwe hemel en aarde, het eeuwig koninkrijk van God. Onderweg door een wereld die vol is van ‘mensen van naam’. Een wereld die ook zo gemakkelijk bij ons naar binnen kruipt. Maar hou vast aan wat God belooft: Ik wil naam maken in jou leven. Reddend en bevrijdend. Scheppend en vernieuwend. Jezus leerde ons daar om bidden voor de tijd die we nog onderweg zijn: Vader, uw naam worde geheiligd, maak toch naam in ons leven! Amen.