Dankbaar het jaar uitgaan… en dankbaar het nieuwe jaar in

31 december 2017

God legt een claim op je leven: geef mij de eer en dank die mij toekomen. Want dankbaarheid brengt je dichter bij Hem.

Lezen: Romeinen 1:16-25

Tekst: Romeinen 1:21a

Begin december kreeg ik een appje vanuit de gemeente met de vraag: heb je al een onderwerp voor de oudjaarspreek? Mijn reactie was: nee, jij wel? Antwoord: dankbaar het jaar uitgaan... en dankbaar het nieuwe jaar in.

 

Nu is het lastige met dankbaarheid dat het een gevoel is. Dankbaarheid is: blij zijn met wat je krijgt of met wat voor jou gedaan wordt. Je kunt blij zijn met een cadeau dat je kreeg. Of je bent blij dat iemand je ergens mee geholpen heeft. Maar hoe kan dankbaarheid dan een opdracht zijn? Ik denk dat de jongens en meisjes hier in de kerk wel eens hebben meegemaakt dat je vader of moeder zegt: en wat zeg je dan? Je hebt bijvoorbeeld een cadeautje gekregen van je oma, je hebt het uitgepakt en staat het te bekijken en dan zegt je vader: en wat zeg je dan? Dan moet jij zeggen: dank u wel! Maar misschien ben je er helemaal niet blij mee. Je bent juist teleurgesteld omdat je iets anders wilde. Hoe kun je dan dankjewel zeggen? Ik zeg nu natuurlijk niks van de manier waarop jullie opvoeden; het gaat me erom dat wij dankbaarheid als een gevoel beschouwen: je bent dankbaar of je bent het niet. Zo kijken wij daarnaar. Dat geldt zowel voor kinderen als voor volwassenen. Afgedwongen dankbaarheid vinden we niet oprecht. Vaak kijk je er ook doorheen als iemand ‘dankjewel’ zegt, maar dat alleen doet voor de vorm.

 

Maar dan wordt een preek over ‘dankbaar het jaar uitgaan’ lastig. Want misschien was degene die mij appte wel heel dankbaar, lang niet iedereen zal dankbaar op het afgelopen jaar terugkijken. Misschien heb je wel hele heftige dingen meegemaakt. Verliezen geleden. Veel pijn gehad, verdriet. Bovendien, om ‘dankbaar het nieuwe jaar in te gaan’ lijkt helemaal gek, want je hebt nog niks gekregen en er is nog niks voor je gedaan, waar je dan misschien dankbaar voor zou kunnen zijn. Nu hebben we gelezen in Romeinen 1:21 over dank die God toekomt. Sterker nog: God stelt de mens schuldig die Hem niet de eer en dank geeft die Hem toekomen. Blijkbaar zijn wij God dank verplicht. En eer, dus dat wij Hem eren als de God die ons alles geeft. Hoe kan dat, verplichte dankbaarheid? Gods antwoord is: maar je leeft toch op mijn aarde? En ik ben het toch die jou geschapen heeft? Oftewel, ik geef je van alles en ik doe van alles voor je. God legt hier een claim op je leven. Hij vraagt, Hij eist onze dankbaarheid. Dat is wat God zegt in onze tekst: geef mij de eer en dank die mij toekomen.

 

Nu houden wij niet zo van claims. Van een schadeclaim worden we niet blij. Maar ook niet van mensen die ons claimen. Iemand doet telkens weer een beroep op je: hij of zij claimt je. Daar houden we niet van. Maar wat dan als God een claim op je leven legt? Ik kan me voorstellen dat je zegt: is mijn leven niet gewoon van mijzelf? Zo zien we dat toch vaak: mijn leven is van mij en ik bepaal wat ik ermee doe. Moet God niet dankbaar zijn dat ik überhaupt elke zondag één of twee keer in de kerk zit? Als je het zo ziet dan wordt Romeinen 1:21 een lastige tekst: ‘hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en dank gebracht die hem toekomen.’ Die tekst gaat uit van God en de manier waarop Hij naar het mensenleven op aarde kijkt. Maar veel mensen, ook christenen, kijken omgekeerd. Die beginnen bij zichzelf en nemen zichzelf als uitgangspunt, waarbij God blij moet zijn met de eventuele dankbaarheid die Hem gebracht wordt.

 

Daarom wil ik nu eerst die claim van God duidelijk maken vanuit de bijbel. Dat het terecht is dat God zegt: geef mij eer en dank, gewoon omdat je op mijn aarde leeft. Nu zei ik al: God heeft ons geschapen. Hij heeft de wereld geschapen maar ook jouw leven. Hij heeft ervoor gezorgd dat jij bestaat en daar zorgt Hij nog elke dag voor. De apostel Jakobus zegt in zijn brief: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op’ (Jakobus 4:5). Daar komt nog bij dat wij als christenen belijden dat wij door Jezus zijn ‘gekocht en betaald’ en dat we daardoor zijn eigendom zijn geworden (Catechismus Zondag 1, zie ook 1 Korintiërs 6:20, 7:23, Openbaring 5:9). Maar als ik eigendom van Jezus ben, is mijn leven dus niet meer van mezelf.

 

Ik moet ook denken aan de uitdrukking ‘Anno Domini’. Soms zie je dat ergens staan: AD en dan een jaartaal. AD staat voor Anno Domini en betekent: het jaar van onze Heer. Als er op een oude boerderij staat AD 1910, dan betekent dit dat die boerderij in het jaar van onze Heer 1910 gebouwd is. En degene die dat erop heeft laten zetten belijdt daarmee: de jaren die deze aarde krijgt zijn van God. Het zijn jaren uit Gods hand. Zo kun je ook een beetje plechtig zeggen: vannacht breekt het jaar van onze Heer 2018 aan. Anno Domini 2018. Plechtig of niet, het is wel waar: zonder God zal het nooit 2018 worden. Wij kunnen het geen 2018 maken, dat kan alleen God. Wij verwachten het nieuwe jaar uit Gods hand. Maar dan is het ook een jaar van Hem.

 

Het is ook opvallend dat je de uitdrukking ‘eer en dank brengen’ uit Romeinen 1:21 opnieuw tegenkomt in het boek Openbaring. Op twee manieren. Allereerst in Openbaring 4:9. Daar staat dat er vier wezens rond Gods troon zijn (wezens die het geheel van de aardse schepping vertegenwoordigen) die telkens lof, eer en dank brengen aan God op zijn troon. Wat God van de mens op aarde verwacht is al de hemelse werkelijkheid. Je zou kunnen zeggen: de aarde loopt achter op de hemel. Dat is verwijtbaar, de aarde had beter moeten weten. Tegelijk is het een belofte dat het eens zover komt. Dat op een dag heel de schepping juicht voor God. Dat lees je in Openbaring 5: ‘Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’’(Openbaring 5:12-13). In hoofdstuk 7 wordt die groep aangeduid als de mensen die gered zijn, de mensen die trouw zijn gebleven aan God tegen alle weerstand in (7:12). Zij hebben altijd geloofd dat God de eer en de dank toekomen. Zij hebben het geloofd en het naar hun beste kunnen gedaan.

 

Ik hoop dat je nu aanvoelt dat de claim die God op je leven doet terecht is: geef mij de eer en dank die mij toekomen. Want ik heb je geschapen, ik heb je ook nog eens gekocht, je leeft op mijn wereld, en het deel van de schepping dat al bij mij in de hemel is doet niet anders dan mij eer en dank brengen. Maar wat doet die claim met jou? Ik kan me best voorstellen dat je er een beetje kribbig van wordt: ik moet dus eer en dank brengen aan God of ik het nou wil of niet? Want je voelt wel aan waar dit naar toe gaat. Eer en dank aan God brengen dat doe je met woorden. In je gebed. In liederen die je zingt. Je doet dat door naar de kerk te komen. Door aandachtig in de bijbel te lezen. Door ervan te getuigen. Uiteindelijk door je hele levensstijl. Eer en dank brengen aan God betekent dat je afstand doet van het idee dat je leven van jezelf is. Dat je zelf kunt bepalen wat je doet. Wie eer en dank brengt aan God wijdt zijn of haar leven aan God. Je geeft je aan God. Je stelt je in zijn dienst. Dat betekent niet dat je je gewone werk niet meer doet maar wel dat je het voor Hem doet. Je realiseert je dat je leven van God is en dat je het voor Hem moet leven op een manier dat Hij daar blij mee is en op een manier dat Hij in je leven centraal staat. Ik kan me heel goed voorstellen dat je het idee hebt dat je daarmee iets verliest. Je lijkt het meest kostbare wat je hebt te verliezen: je leven waar je zelf de controle over hebt. In Romeinen 1:28 staat dat veel mensen het ‘beneden hun waardigheid achten’ om God te erkennen. Dat wil zeggen, ze vinden zichzelf belangrijker dan God. Hun leven draait om hen en niet om God. Hun eigen waardigheid staat voor hen voorop.

 

Dat maakt dankbaarheid heel moeilijk. Want wie dankt erkent iets ontvangen te hebben. Er is een gever of een helper die met liefde naar jou omziet. Dat erkennen maakt je klein. Voor mensen die zichzelf in het middelpunt plaatsen, met een wereld die om hen moet draaien en om hun grootheid, is dat onverteerbaar. Dan krijgt je wat Romeinen 1 beschrijft: mensen gaan het geschapene vereren in plaats van de schepper. De aandacht gaat niet naar God maar naar de dingen die Hij geeft (vers 25). Dat is een afleidingsmanoeuvre om dankbaarheid aan de gever te vermijden. Het is ook de enige focus die overblijft wanneer je God buitenspel hebt gezet. Wij leven in zo’n wereld, zo’n samenleving. Nederlanders blinken nou niet echt uit in dankbaarheid.

 

De vraag is nu: hoe ga jij hiermee om? Let jij vooral op wat je hebt en krijgt of op God als gever? In dat laatste geval is dankbaarheid veel gemakkelijker. En ga nu geen uitvluchten voor jezelf verzinnen. Romeinen 1 zegt: ‘er is niets waardoor je te verontschuldigen bent’ (vers 20). God heeft zichzelf bekend gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn zichtbaar in wat Hij doet en in wat Hij gemaakt heeft. Gods wijsheid zie je in de complexiteit van bijvoorbeeld het menselijk lichaam. Gods geduld merk je in de tijd die de wereld heeft gekregen sinds de zondeval. Gods macht hoor je in het bulderen van de wind. Gods liefde zie je in de liefde die mensen elkaar geven; wat heel onlogisch is in de wereld van na de zondeval. Waar mensen elkaar toch liefde geven zie je iets van God. Van zijn onzichtbare eigenschappen. Dus er is geen verontschuldiging. Je kunt niet tegen God zeggen: ik wist niet dat u bestond. Je kunt ook niet tegen God zeggen: ik wist niet dat u dank en eer wilde ontvangen. Je leeft op zijn aarde. God stelt de mens schuldig die Hem -willens en wetens- niet de eer en dank geeft die Hem toekomen. In Johannes 3 wordt op een zo’n zelfde manier over Jezus gesproken. Daar staat: ‘Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht’ (Johannes 3:19). Oftewel, God stelt je schuldig als je zijn gaven niet herkent. Gods oordeel over deze wereld komt echt. En dan is de vraag: heb jij Hem de eer en dank gegeven die Hem toekomen?

 

Misschien zeg je: ik wil het, maar ik vind het moeilijk. Kijk, ik erken die claim van God. Ik leef op zijn aarde, ik heb het leven van Hem gekregen, Hij heeft me gekocht en betaald. Ik wil God danken voor alles wat Hij me geeft en Hem eren als gever. Maar gemakkelijk vind ik dat niet. Het vraagt nogal een verandering, een bekering. Van mezelf in het middelpunt zetten, naar een leven dat draait om God. Van blij zijn met de spullen, naar blij zijn met God. Daarom ben ik ook zo blij dat God dit zegt in de bijbel: geef mij eer en dank! Want God zegt dit omdat Hij me wil redden van zijn toorn, zijn oordeel. Dankbaarheid brengt je bij de Schepper. Dankbaarheid richt je aandacht op de gever. Een dankbare levensstijl brengt je uiteindelijk bij God. Zo bevrijdt God je van een leven zonder Hem. En dat doet Hij omdat Hij je wil redden. Maar zal God daar dan ook niet alles aan doen? Zal God mij dan niet helpen wanneer ik probeer om Hem centraal te zetten in mijn leven?

 

Je ziet dat toch ook gebeuren? Allereerst in hoe God zich bekend maakt in de schepping. Misschien zeg je: dat is alleen als je er in geloof naar kijkt. Als je gelooft zie je God in de schepping. Je kunt dat ook omdraaien: alleen als je niet gelooft zie je God niet in de schepping. Maar dat God je wil redden van zijn oordeel herken je ook in het feit dat Hij telkens maar weer met zijn evangelie op je af komt. Ook vandaag weer. Je herkent het ook in de geboorte van zijn Zoon in deze wereld. Vorige week vierden we het kerstfeest. God gaf zijn Zoon toch niet voor niets? Hij wil je redden. Je ziet het trouwens ook in mensen die God dankbaar zijn. In hun dankbaarheid leven ze dichtbij God. God werkt die dankbaarheid in hun hart. Zo redt Hij hen.

 

Hoe ga je nu dankbaar het jaar uit? Hoe doe je dat concreet? Nou, bedenk eens dingen waar je God dankbaar voor bent, dingen die je in het afgelopen jaar gekregen hebt. Maak een lijstje. Ik denk dat je verbaasd zult staan over wat er allemaal te noemen valt. Zelfs als er dingen in dit jaar waren die heel moeilijk zijn en waar je veel verdriet van hebt. Nog spannender is de vraag hoe je dankbaar het nieuwe jaar in kunt gaan. Want je hebt nog niets gekregen, je weet nog niet hoe dit jaar zal gaan en hoe je aan het einde terug zult kijken. Je kunt er natuurlijk een goed voornemen van maken voor 2018: dankbaar zijn. Dat is wat Romeinen 1:21 uiteindelijk wil. Dat is wat God wil, dat je dank en eer aan Hem geeft gewoon om wie Hij is en omdat je op zijn aarde leeft. Ik moet denken aan wat de Catechismus zegt over het gebed: ‘het gebed is het voornaamste in de dankbaarheid die God van ons eist’ (Zondag 45). Maar ook de Tien geboden staan in het deel over onze dankbaarheid. Dat zijn dus al twee manieren waarop je in 2018 dank aan God kunt brengen. Zoek de omgang met Hem in je gebed en leef zoals God dat graag ziet. Daarmee erken je Hem als degene die centraal staat in jouw leven. Ik denk ook aan ons jaarthema ‘Ga met God’, daar zit toch ook in dat je je leven aan God wil wijden? Als dat je voornemen is voor 2018 ga je dankbaar het nieuwe jaar in.

 

Het mooie is, wie nu eer en dank brengt aan God gaat nu al op in de wereld die komt. Die wereld van het boek Openbaring. Een wereld waarin God onafgebroken lof, eer en dank wordt gebracht. Hier oefenen betekent daar uitkomen. Amen.