Geschapen voor contact en relatie

19 april 2020

Nu we verplicht al het contact moeten mijden ontdekken we opeens hoe natuurlijk het is om met elkaar samen te leven. Hoe kostbaar ook.

Lezen: Kolossenzen 2:6-23 en 3:12-15

Tekst: Kolossenzen 3:14

Ik begin de preek bij de kinderen. Ik hoop dat de jongens en meisjes thuis ook meeluisteren en meekijken. Haal ze er anders even bij. Jullie kennen vast het liedje ‘Hoofd, schouders, knie en teen (...) oren, ogen, puntje van je neus.’ Dat liedje gaan we nu niet doen, ik in ieder geval niet. Waar het me om gaat is dat je ontdekt dat de Here jou en mij en alle mensen zo gemaakt heeft dat je contact kunt hebben, dat je samen kunt zijn. Je hebt voeten om naar iemand toe te lopen, je hebt handen om iemand vast te pakken, je hebt oren om te luisteren, een mond om te praten en je hebt ogen om elkaar te zien. Wij zijn zo bedacht en gemaakt door de Here dat we samen kunnen zijn en samen dingen kunnen doen, samen spelen, samen werken. Dat is fijn.

 

Want juist in deze coronatijd merken we dat we geschapen zijn voor contact. In Genesis 2:18 staat: ‘God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ Dat gaat allereerst over het huwelijk, maar je mag het ook breder trekken (zie Prediker 4:9-12, ‘Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn’). We ervaren nu meer dan ooit dat we als mensen behoefte hebben aan contact. Juist nu het niet meer mag. Anderhalve meter afstand houden, het is net te ver voor een normaal gesprek. Alsof je elkaar niet moet. In de supermarkt is dat ook heel gek. Je gaat een gangpad in, maar er komt net iemand van de andere kant, vlug ga je weer achteruit. Of je drukt je tegen het schap aan om maar die anderhalve meter afstand te houden. Alsof de ander melaats is. Ik denk dat het terecht is dat we ons zo goed mogelijk aan de maatregelen van de overheid houden, maar vervreemdend is het wel. Pijnlijk zelfs als het gaat om iets als een begrafenis, hoe kun je elkaar nou van een afstand condoleren? Je voelt het verlangen om elkaar nabij te komen. Nu we verplicht al het contact moeten mijden ontdekken we opeens hoe natuurlijk het is om met elkaar samen te leven. Hoe kostbaar ook.

 

Nu zouden we vandaag het avondmaal vieren. Vanwege de maatregelen kan dit niet doorgaan. Juist het avondmaal is een teken van verbondenheid. Ook legt het de basis voor verbondenheid. Eerst over het teken. Samen eten verbindt. Denk aan een etentje, dan gaat het niet om het eten maar om de gezelligheid. Denk aan het running dinner, dan gaat het om de contacten en niet zozeer om het eten dat je binnen krijgt. In 1 Korintiërs 10:14-22 wordt dit ook heel duidelijk, samen van het offervlees eten verbindt je met elkaar (en het verbindt je aan de god aan wie geofferd wordt). In 1 Korintiërs 11:17-34 maakt Paulus zich daarom ook boos over gemeenteleden die bij het avondmaal in groepjes denken en anderen in de gemeente niet willen zien staan. Ik laat bij de doop de gemeente ‘ja’ zeggen op de oproep om eraan bij te dragen dat het kind opgroeit in geloof. Dat is omdat je in de gemeente van Jezus verantwoordelijk bent voor elkaar. Net zo worden zij die samen avondmaal vieren verantwoordelijk voor elkaar, om eraan bij te dragen dat die ander groeit in geloof. Het avondmaal is een teken van verbondenheid.

 

Het avondmaal legt ook de basis onder die verbondenheid. Wie avondmaal viert belijdt zijn of haar schuld tegenover God. Je erkent dat je Jezus nodig hebt en vergeving door zijn dood aan het kruis. Je zoekt in Jezus en in zijn Geest de kracht om je leven te vernieuwen. Je viert de vrede met God die er door Jezus is. Juist uit de herstelde band met God kunnen we banden met elkaar aangaan. Daarmee zeg ik niet dat ongelovigen geen relaties kunnen hebben, maar de manier waarop gelovigen zich met elkaar verbinden is bijzonder. Zij erkennen God boven zich, als mensen sta je dan per definitie naast elkaar. En als zij denken aan wat hen door God vergeven is, gaan ze elkaar vergeven. Als ze bedenken welk geduld God met hen heeft, dan worden ze geduldig en mild naar elkaar. Zoals God de vrede met hen zoekt, zo gaan zij proberen in vrede te leven met elkaar. De liefde die God hen geeft maakt het mogelijk om lief te hebben.

 

Hier botsen wel twee werelden, twee leefstijlen. In Kolossenzen 2 heeft Paulus het over ‘de machten van de wereld’ (vers 8 en 20). Daarmee bedoelt hij de principes van deze wereld, de grondbeginselen of uitgangspunten. Volgens sommige wetenschappers leven we nu in het antropoceen (Paul Crutzen). Daarmee wordt het tijdperk bedoeld waarin de mens (antropos is mens) een enorme invloed heeft op de aarde. Op de bodem, de natuur en het klimaat. Eerder tijdperken heten cambrium, het krijt en het pleistoceen. Die termen mag je natuurlijk weer vergeten, het gaat me nu om de kenmerken van dat zogenaamde antropoceen. Dat zijn er drie en ik denk dat je ze wel herkent. Het eerste kenmerk is dat de aarde gezien wordt als menselijk eigendom. De mens kan de wereld naar zijn hand zetten en ermee doen wat hij wil. Het tweede kenmerk van het antropoceen is de ervaring van onbeperkte vrijheid. Vrijheid is in onze samenleving steeds meer de vrijheid geworden van het individu om zijn authentieke zelf uit te leven. Niets mag hem daarbij hinderen. Het derde kenmerk is dat materiële groei, meer welvaart, wordt gezien als de oplossing van al onze problemen. Daardoor gebruiken we meer van de aarde dan ons toekomt. In plaats van te delen gaat de mens naar zich toehalen.

 

Ik hoop dat je hiervan schrikt. Omdat je het herkent als iets waar jij gevoelig voor bent. Dit zijn toch de principes van onze wereld? De aarde is van ons, je persoonlijke vrijheid is heilig en ieder jaar willen we iets meer te besteden hebben. Maar is dit een prettige wereld? Of is dit nou juist de wereld waarop iets als corona vrij spel kan hebben? Is dit nou juist de wereld die door iets als corona compleet lam gelegd wordt? Behalve aandacht voor de zieken en doden is er in het nieuws vooral aandacht voor de gevolgen voor de economie. En hoe moet dat straks als het zomer is, kunnen we dan wel op vakantie? De vrijheid om te gaan en staan waar we willen is ons erg lief. En stel nou eens dat het tegen die tijd voorbij is en de maatregelen worden opgeheven, hoe gaat het dan verder? Keren we dan gewoon weer terug naar ons oude leventje? Gaan we straks gewoon weer door met ons leven van voor de crisis, of zelfs in een nog hoger tempo om de schade in te halen? Ik hoop dat we op zijn minst één ding leren van deze crisis, namelijk dat we als mensen geschapen zijn voor contact en relatie. We zijn door God bedacht en gemaakt voor een samenleving.

 

Wat we nu opeens zo missen, stond in onze jachtige levens behoorlijk onder druk. Sterker nog, de grondbeginselen van deze wereld verbreken banden. Door de principes van onze wereld verliest de mens het contact met God, vervreemdt hij van zijn medemens en heeft hij te maken met een aarde die zich tegen hem keert. Drie relaties die verbroken worden. Het is de vrijheid die de mens voor zichzelf opeist die het contact met God en de naaste verstoort. Ook met zijn hebzucht keert de mens zich tegen zijn naaste, die wordt immers een concurrent. En de aarde zien als bezit betekent ook dat er geen relatie met de aarde meer mogelijk is, want met bezittingen heb je geen relatie. Onze leefstijl in het Westen is heel kwetsbaar voor het verbreken van deze verbindingen. Nu lijken veel mensen de band met God niet te missen. De verloren band met de aarde wordt als een toenemend probleem gezien. En dat onze relaties met de medemens onder druk staan voelen we vaak wel, maar we lijken onmachtig om uit het systeem te stappen. En dan opeens door het coronavirus mogen we geen contact meer met elkaar hebben. Laat dat ons aan het denken zetten. Maakt God de machten van deze wereld misschien te schande, zoals Paulus zegt in Kolossenzen 2:15? Door de zonde richt je liefde zich op toekomstloze dingen. De zonde in ons maakt dat we de verkeerde dingen liefhebben, belangrijk vinden en najagen. Zoals welvaart en persoonlijke vrijheid. Dingen die voorbij gaan en uiteindelijk geen waarde blijken te hebben (2:22). Gelukkig heeft God deze dingen te schande gemaakt. En dan bedoel ik nu niet dat we nu opeens het persoonlijk contact missen terwijl we eerder jachtig aan elkaar voorbij leefden, nee God heeft deze dingen te schande gemaakt door Christus. Dat gaat dieper en is meer bevrijdend. Christus heeft met zijn dood aan het kruis laten zien dat het niet gaat om persoonlijke vrijheid maar om opoffering. Niet het najagen van eigen welvaart maar het zoeken van het goede voor de ander overwint. De machten die zeggen ‘ga voor jezelf’ heeft Jezus in hun hemd gezet door uit liefde voor anderen te sterven aan het kruis. Juist zo heeft Hij de wereld gewonnen. Want alleen met die houding van liefde mag je de aarde bezitten (Matteüs 5:5).

 

Nu had ik het eerder in de preek over twee werelden, twee leefstijlen die met elkaar botsen. De ene wereld is de wereld waar wij in leven, het antropoceen. De andere wereld is die van het avondmaal, van verbondenheid met elkaar als mensen op basis van Jezus’ offer aan het kruis. Vanuit de herstelde band met God kunnen we diepe en mooie relaties met elkaar aangaan. Wat mij opvalt als ik in de Bijbel lees over het koninkrijk van God, is dat het gaat over een samenleving. Het christendom gaat niet alleen over redding van je ziel, maar over leven met God en met de medemens op aarde. Daarin wordt Gods grootheid zichtbaar. Dit is hoe God met de wereld begon, dit is waar Hij naar toe werkt. Ik vind dat mooi. Het evangelie is niet iets zweverigs dat over je ziel gaat, het gaat over leven op aarde als mensen met elkaar en met God erbij. Openbaring 21:3 zegt: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.’ Het is juist ook dat hoofdstuk dat laat zien wat het koninkrijk van God is. In de verzen 9-27 wordt dat in beelden uitgewerkt. Het koninkrijk van God is de samenleving van mensen, door God gevormd, van Hem vervuld, waarin Hij aanbeden wordt. Dit zijn de grondbeginselen, de principes van Gods wereld.

 

Elk van die principes kun je tegenover zo’n principe van onze wereld zetten. Het eerste principe is dat de samenleving (stad) van Gods nieuwe wereld door Hem wordt gevormd. In vers 9-14 gaat het over 12 poorten en 12 grondstenen met de namen van de stammen van Israël en de namen van de apostelen erop. In symbooltaal wil dit zeggen dat uit hen en door hen het totaal van Gods volk is ontstaan. Het is God die het volk van de nieuwe wereld bijeen brengt. Dat staat tegenover het idee dat de aarde het bezit van de mens is. In Gods koninkrijk kom je binnen als gast.

 

Het tweede principe van Gods rijk is dat de samenleving van Hem vervuld is. In vers 15-21 gaat het over de afmetingen van de stad, het is een kubusvorm. Dat doet denken aan het heilige der heiligen van de tabernakel en tempel. Dus heel deze stad is tempel, heel deze samenleving is Gods heilige woonplaats. Dat staat tegenover het principe van de menselijke vrijheid. In de nieuwe wereld draait het niet om de mens maar om God. Niet de mens staat daar centraal maar God. Het is één groot heilige der heiligen, ontmoetingsplaats van God en mensen.

 

Het derde principe van Gods rijk is dat ieder in deze samenleving God aanbidt. In de verzen 22-27 lees je dat de volken en de koningen lof en eer komen brengen in Gods stad. Dat wil zeggen, God is het richtpunt van hen die daar wonen. Wat hen bezig houdt is aanbidding. Niet materiële welvaart, niet de economische groei.

 

Twee werelden, twee samenlevingen staan hier tegenover elkaar. Het lastige is, wij leven in de huidige wereld met zijn principes die de relaties met God, de medemens en de aarde onder druk zetten of zelfs verbreken. Toch wil God dat wij in deze wereld een leefstijl ontwikkelen die past bij zijn koninkrijk. De principes van de wereld hebben geen toekomst, ze geven schijngeluk. Onze wereld kraakt toch ook in zijn voegen? God wil ons weerbaar maken: ga daar niet in mee. Maar de principes van Gods koninkrijk geven ruimte aan een schitterende samenleving. De kerk is de plek waar die samenleving al zichtbaar wordt, een samenleving van mensen door God gevormd, van Hem vervuld, waarin Hij aanbeden wordt.

 

Wat de leefstijl van het koninkrijk ten diepste kenmerkt is de liefde. De apostel Paulus geeft allerlei aansporingen in Kolossenzen 3:12-15: innig medeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld, elkaar vergeven. En in vers 14: ‘Maar bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.’ Je kleden in de liefde betekent dat de liefde naadloos aansluit op je lichaam. De liefde zit je zo als gegoten dat je je er vrij in kunt bewegen. De liefde omvat je hele bestaan. Ik hoop dat je hiernaar verlangt. Naar die liefde in je leven die de verbinding zoekt met God, de medemens en de schepping. Soms zie je mensen heel rigoureus voor een bepaalde leefstijl kiezen vanuit hun geloof. Dat kan. Het mag ook tot uiting komen in gewone daden van liefde, in het klein en in het verborgene. Het is de liefde die samen bindt. Probeer steeds meer los te komen van de principes van deze wereld en ga steeds meer houden van de principes van Gods koninkrijk. Hoe je dat concreet vorm geeft in je bestaan, daar moeten we het na deze crisis maar eens met elkaar over hebben. Wij zitten toch niet vast aan onze huidige leefstijl? Laat in het ‘nieuwe normaal’ voor jou als christen in ieder geval de principes van Gods koninkrijk doorwerken, dat jouw leven een leven is dat door God gevormd is, van Hem vervuld en waarin Hij aanbeden wordt. Volgens Paulus is je lichaam een tempel van de heilige Geest (1 Korintiërs 6:19).

 

Op de vraag waarom je je leven zou afstemmen op de leefstijl van Gods koninkrijk, is het antwoord dit: omdat God je daartoe heeft uitgekozen, omdat Hij je daarvoor apart heeft gezet, omdat Hij je liefheeft (Kolossenzen 3:12). Dat is het mooie hier, het begint allemaal bij God. Hij wil dit. Hij heeft de mens geschapen voor contact en relatie, voor leven in een samenleving. Hij weet dat we daar gelukkig van worden. En het laat zijn grootheid zien. Maar als God dit wil, dan weet je zeker dat het gaat gebeuren. Amen.