Gods tijdelijke woede maakt ruimte voor eeuwige liefde

19 november 2017

Hoe God omgaat met zijn brandende woede over onze zonde is in één woord samen te vatten: Jezus. In Gods omgang met zijn toorn ontdek je zijn liefde.

Lezen: Nahum 1:1-6, Openbaring 15

Tekst: Psalm 2

Is het waar dat er tegenwoordig vooral over de liefde wordt gepreekt? En zo ja, is daar wat mis mee? Ik denk dat het antwoord op die eerste vraag ‘ja’ moet zijn, er wordt veel over Gods liefde gepreekt. Ik doe daar zelf ook hard aan mee. Maar moet er niet minstens even vaak over Gods toorn, zijn woede worden gepreekt? Dat God zich vreselijk kwaad maakt over de zonde? Waarom zijn er wel jaarthema’s als ‘Vooral de liefde’ maar niet ‘de woede van God’? Dat hoor ik nooit dat kerken daar een jaar lang bij stil staan. Dat snap ik wel want we willen positief bezig zijn. Enthousiast maken. En Gods toorn doet dat niet. Zijn woede stuit ons tegen de borst. We weten er vaak niet goed raad mee. Is onze God een woedend God? De bijbel zegt: Hij is een ‘verterend vuur’ (Hebreeën 12:29). Maar kennen wij die kant van God? Willen wij die kant van God kennen?

 

Gods toorn maakt je bang

Want is Gods toorn niet angstaanjagend? Maakt zijn woede je niet bang? En is dat Gods bedoeling? Wil God dat je bang voor Hem bent? Is dat wat ik wil, dat je bang bent voor God? Maar zijn er al niet genoeg mensen afgeknapt op een woedend God? Mensen die zijn opgevoed met een God die dreigt, die straft, die het kwaad wreekt in de hel, een God die jou in de gaten houdt en die alles ziet wat jij doet. Kan het ook zo zijn dat er in het verleden te veel over Gods toorn is gepreekt? We voelen allemaal dat er in dit opzicht iets veranderd is. Maar hoe voorkomen we dat de balans nu helemaal naar de andere kant doorslaat?

 

Het verschil tussen Gods liefde en zijn toorn

Nu heb ik in een preek begin juli over Titus 3:4 gezegd: het is geen kwestie van de juiste balans. Gods liefde en Gods toorn zijn verschillende dingen. Ongelijksoortig. Je kunt ze helemaal niet met elkaar vergelijken. De bijbel zegt wel ‘God is liefde’ (1 Johannes 4:8 en 16), maar de bijbel zegt nergens ‘God is toorn’. Zijn woede is niet een onderdeel van zijn wezen, zoals zijn liefde dat wel is. Sterker nog, Gods liefde is niet een onderdeel van zijn wezen, het bepaalt zijn wezen (of omgekeerd: wil je weten wat liefde is, kijk dan naar God, Hij is het ijkpunt van de liefde). Dit is heel belangrijk: Gods liefde en zijn toorn kun je niet naast elkaar zetten alsof ze op dezelfde manier eigenschappen van God zijn. God is wel liefde, maar God is geen toorn. Maar waarom gaat het in de bijbel dan wel zo veel over Gods toorn? En waarom zou je moeten preken over Gods toorn?

 

Preken over Gods toorn

Wat mij betreft niet om mensen bang te maken. Angst kan misschien gedrag veranderen, maar liefde verandert je hart. Dat laatste is wat God wil: jouw hart veranderen. Dat je Hem en je medemens lief hebt. En van daaruit gaat je gedrag veranderen. Maar gehoorzaamheid zonder een hart daarachter, dat is niet wat God wil. Soms zeggen mensen tegen mij: hou maar eens een donderpreek: de hel, Gods toorn, het oordeel. Ik doe dat niet. Ik heb ook geregeld de indruk dat mensen dat vragen voor een ander: hun kinderen moeten die donderpreek horen. Of ze denken aan andere mensen die dat nodig hebben. Zouden mensen dat ook wel eens voor zichzelf vragen? Wilt u alstublieft voor mij een donderpreek houden, ik heb dat nodig! Dat is wel eerlijk, maar dan nog denk ik: alleen liefde verandert je hart.

 

Je ontdekt hoe God met zijn toorn omgaat

Maar waarom vertelt God ons over zijn toorn? Wanneer we dat ontdekken konden we ook wel eens antwoord krijgen op de vraag waarom je over Gods toorn zou moeten preken. Wat God ons vertelt over zijn toorn is vooral hoe Hij daarmee omgaat. Je ontdekt dat in Psalm 2 en Openbaring 15. Maar het is het evangelie van de hele bijbel. En ja, dit is echt evangelie, blijde boodschap. Want hoe God omgaat met zijn toorn, zijn brandende woede over onze zonde, is in één woord samen te vatten: Jezus. God geeft zijn Zoon. In Gods omgang met zijn toorn ontdek je zijn liefde! Toen op de wijkraad werd gevraagd ‘preek eens over Gods toorn’, zei ik direct: dat wordt dan een liefdevolle preek over Gods toorn. Dat kan niet anders. Liefdeloos preken over Gods toorn is geen evangelieverkondiging. Zodra je gaat onderzoeken in de bijbel hoe God omgaat met zijn toorn ontdek je zijn eindeloze liefde. Want God is liefde.

 

Psalm 2: het koningschap van zijn Zoon

Kijk maar eens mee in Psalm 2. Dan zie je hoe God omgaat met zijn toorn, zijn woede. Allereerst wordt het enorme verschil tussen God en de mens getekend. De volken, de machthebbers staan op tegen God, zij woeden (daar zit datzelfde woord woede in), maar God lacht daarom. Want God is zo eindeloos groot. En de mens zo eindeloos klein. De woede van mensen tegen God heeft iets bespottelijks. Wat de woede van de mens oproept is Gods juk. Tenminste, zo ziet de mens dat. Ze zeggen: we moeten ons van Gods boeien bevrijden. Daar zit iets herkenbaars in, toch? Maar als God dan spreekt tot de mens, alleen nog maar spreekt, in zijn woede, dan slaat de mens stijl achterover. Dit is zo eindeloos indrukwekkend. Gods heilige toorn verbijstert hen. Maar wat God dan zegt is dit: Ik leg mijn koningschap op mijn Zoon. Ik verteer jullie niet, Ik verschroei jullie niet, nee, Ik leg de mensheid in handen van mijn Zoon. Ik leg de wereld in handen van mijn Zoon. Ik leg mijn woede in handen van mijn Zoon.

 

Gods woede in doorboorde handen

Wordt het daar beter van? Ja absoluut. Want Jezus heeft zijn leven voor de mensen gegeven. God legt zijn toorn in de doorboorde handen van Jezus. Hij gaat het oordeel voltrekken. Over een wereld die Hij zo liefhad dat Hij zich voor die wereld gaf tot in de dood. Ik denk hierbij aan Openbaring 5: de boekrol van de geschiedenis wordt in handen van het Lam gelegd. Maar als Jezus de geschiedenis gaat uitrollen tot en met het oordeel dan doet Hij op zo’n manier dat er alle ruimte is voor bekering. Wie het boek Openbaring gaat lezen ontdekt dat ook. Openbaring is het boek van Gods geduld. Eerst wordt die boekrol van de geschiedenis zegel voor zegel losgemaakt, dan volgen er nog eens zeven waarschuwingssignalen, en Jezus geeft zijn woord in deze wereld, en Jezus geeft een kerk die tekst en uitleg bij dat woord geeft. Wanneer Jezus de wereld naar Gods eindoordeel leidt doet Hij dat eindeloos geduldig en met alle ruimte voor bekering. Dat is zijn liefde.

 

Kus toch de Zoon

Met die oproep tot bekering eindigt Psalm 2: ‘Bewijs eer aan zijn zoon met een kus, anders ontvlamt zijn woede, en uw weg loopt dood, want bij het geringste ontsteekt hij in toorn. Gelukkig wie schuilen bij hem.’ Het kussen van een koning was in de oudheid een teken van eerbied en van onderwerping (1 Samuël 10:1). Ook godenbeelden werden gekust als uiting van aanbidding (1 Koningen 19:18). Het is een hele intieme manier van laten merken hoe belangrijk iemand voor je is. Nu kunnen wij Jezus niet letterlijk kussen. Maar je kunt wel als je dit zingt daar dat gevoel in leggen. Het is een oproep, aan anderen, aan jezelf: Onderwerp je aan Hem. Leg je opstand tegen God af en eer Hem om wie Hij is. Want anders ontvlamt zijn woede. En dat overleef je niet, maak je daar geen illusies over. Het is een heftig zinnetje: ‘bij het geringste ontsteekt hij in toorn’. Ik denk niet dat dit betekent dat God opvliegend is, God laat de wereld al eeuwenlang bestaan in zijn geduld. Het betekent ook niet dat God buitensporig kwaad wordt over kleine dingen  - wie bepaalt hier trouwens wat klein is? Nee, het gaat erom dat God in zijn eindeloze liefde zijn eigen Zoon aan de mensen heeft gegeven om aan zijn woede te ontkomen. Jezus laat Gods woede over zich heenkomen aan het kruis op Golgota. De geringste afwijzing daarvan, van die liefde redding van God, triggert Gods woede op een vreselijke manier.

 

Gods woede niet neutraliseren

Dus in Jezus wordt Gods toorn zichtbaar en ontvluchtbaar. Dat is het bevrijdende van het evangelie over Gods toorn. Psalm 2 tekent het in dramatische kleuren. De opgeheven vuistjes van mensen richting de hemel. Het majesteitelijk lachen van God daarom. En dan de verrassing: Hij verplettert zijn tegenstanders niet, maar geeft in zijn liefde en geduld zijn eigen Zoon. Onderwerp je aan Hem en alles is goed. Van nature hebben wij de neiging om Gods toorn te verkleinen: zo erg is het toch allemaal niet? Of we hebben redeneringen voor onszelf: God weet toch dat we telkens weer zonden doen? Of wat ook kan, we stoppen Gods woede weg achter zijn liefde: natuurlijk roepen onze zonden Gods toorn op, maar Hij is toch ook liefde, Hij wil toch vergeven, Hij wil ons toch redden? Zo neutraliseer je Gods woede. Dat klopt niet met de bijbel. Gods woede wordt in de bijbel nergens buiten spel gezet of als afgedaan beschouwd. Het is eerder omgekeerd: Gods eindeloze woede moet nog uitgegoten gaan worden.

 

Eén God in OT en NT

Dat is wat we gelezen hebben in Openbaring 15. Soms wordt er, als het gaat over Gods toorn, onderscheid gemaakt tussen het oude en het nieuwe testament. De God van het oude testament zou een toornende God zijn, straffend, oordelend, de God van het nieuwe testament zou een liefdevol God zijn, je vader in de hemel, de vader die zijn Zoon gaf. We hebben gelezen uit Nahum 1. In nogal heftige bewoordingen werd daar over God gesproken: ‘De Heer is een wrekende God (...) een woedende wreker (...) hij laat nooit iets ongestraft. (...) Wie houdt zich staande in zijn toorn? (...) Zijn woede is als een laaiend vuur.’ Als je dat op je laat inwerken lopen de rillingen je over de rug. Maar doe niet alsof de God van het nieuwe testament anders is. God is dezelfde in het oude en het nieuwe testament. Aan het begin van de preek zei ik dat de bijbel God een ‘verterend vuur’ noemt, dat komt uit het nieuwe testament (Hebreeën 12:29). Spreekt Jezus zelf ook niet met grote regelmaat over het oordeel dat komt? En is het boek Openbaring, het laatste boek van het nieuwe testament, ook juist niet heel duidelijk over het oordeel? In hoofdstuk 16 lees je over het uitgieten van de zeven schalen van Gods toorn, een hoofdstuk dat Nahum 1 nog overtreft.

 

Openbaring 15: het einde van Gods woede

Maar heel opvallend is het begin van Openbaring 15. Gelijk in vers 1 staat: ‘Ik zag in de hemel opnieuw een indrukwekkend, wonderbaarlijk teken: het waren zeven engelen met de zeven laatste plagen, waarmee aan Gods woede een einde komt.’ Dit sluit aan op wat ik eerder zei: Gods liefde en zijn woede zijn niet met elkaar te vergelijken. Gods liefde hoort bij zijn wezen, zijn woede niet. Zijn liefde is namelijk eeuwig, maar zijn woede kent een einde. Openbaring 15:1 zegt: met die zeven plagen, met Gods oordeel op de jongste dag, komt er een einde aan zijn woede. De woede van God bestaat daarna niet meer. Gods woede heeft te maken met de afwijzing van Hem door de mens. Gods woede heeft te maken met de afwijzing van zijn liefde en helemaal zijn liefde in Christus. Wie zelfs die liefdevolle redding afwijst, gaat reddeloos en definitief verloren. Maar dat is dan na heel veel geduld, na talloze oproepen tot bekering, na een complete wereldgeschiedenis propvol evangelieverkondiging. De oproep van Psalm 2, de oproep van het boek Openbaring, de oproep van heel het evangelie is: ontkom aan mijn toorn door Jezus. God doet die oproep omdat Hij wil behouden. Bij Ezechiël (oude testament) lees je al: ‘de dood van een mens geeft me geen vreugde - spreekt God, de Heer. Kom tot inkeer en leef! (Ezechiël 18:32). Psalm 2 zegt: Kus de Zoon, schuil bij Hem. Oftewel, erken Jezus als je koning. Kniel voor Hem neer. Aanbid Hem. Laat Hem de Heer van je leven zijn.

 

…en de noodzaak van het oordeel

Maar waarom moet Gods woede echt helemaal uitgegoten worden? Waarom kan er alleen op die manier een einde komen aan Gods woede? Moet God soms zijn gram halen, als een mens? Nee, zeker niet. Er zijn een aantal redenen waarom wij niet goed uit de voeten kunnen met Gods toorn. Wij willen de uiterste ernst van onze zonden niet onder ogen zien. Wij hebben de hyperheiligheid van God niet in beeld. Wij vinden het moeilijk te vertrouwen op het volkomen rechtvaardige van Gods oordeel. En wij zien de noodzaak van Gods oordeel niet in. Maar juist over de noodzaak van Gods oordeel gaat het in Openbaring 15. Gods oordeel is nodig om de aanbidding van Hem alle ruimte te geven. Dat is het lied van Mozes (vers 3-4). De Israëlieten mochten Egypte niet verlaten om God te aanbidden. Maar dan bevrijdt God zijn kinderen met een waanzinnig oordeel over de Egyptenaren. Dat duidt aan wat de reden is voor het oordeel van de jongste dag: op Gods aarde moet tot in de laatste uithoek ruimte zijn voor aanbidding. Daarom mag er niemand overblijven die God niet aanbidt en dat mogelijk Gods kinderen gaat verhinderen. Gods oordeel is noodzakelijk voor ongehinderde eredienst. In Openbaring 15 komen de zeven schalen van Gods woede opvallend genoeg uit de verbondstent (vers 5). Dat is de tent van Gods trouw. God houdt vast aan zijn doel met de schepping, dat Hij vereerd zou worden door zijn schepselen. Vanuit die trouw is het oordeel nodig. De verbondstent is tegelijk ook de plek waar de aanbidding plaatsvindt. Juist vanuit dit centrum van eredienst gaan de engelen op pad om alles wat die eredienst belemmert op te ruimen. Eredienst en oordeel staan in Openbaring 15 vlak naast elkaar. Omdat het één ruimte geeft aan het ander.

 

Afsluitend, zorg ervoor dat je onder de indruk raakt van beiden, van Gods liefde en van zijn toorn. Hou daarbij in de gaten dat ze verschillend zijn. God is liefde en zijn liefde is eeuwig. En in de manier waarop God -tijdelijk- omgaat met zijn toorn ontdek je de diepte van die liefde. Hij geeft zijn eigen Zoon. In Hem wordt Gods toorn zichtbaar en ontvluchtbaar. Gods tijdelijke woede maakt ruimte voor eeuwige liefde. Amen.