Gods wijsheid

1 juli 2007

God is de Alwijze. Maar wat betekent dat voor ons leven? Vanuit de Schrift laat deze preek die gevuld is met bijbelse voorbeelden het ons zien.

Lezen: 1 Korintiërs 1:18-31 en 3:18-23

Tekst: 1 Korintiërs 1:29-30

Wie hier in de kerk wil niet wijs gevonden worden…? Kijk, dat dacht ik al. Iedereen wil slim zijn. Wijs zijn. Verstandig zijn. En vooral ook: verstandig gevonden worden. En volgens mij geldt dat voor de kinderen. Voor de jongelui. Voor de volwassenen en ouderen. Iedereen wil wijs zijn en verstandig gevonden worden. In ieder geval wil niemand dom gevonden worden! ‘Doe niet zo dom, man’ - als dat tegen je gezegd wordt vind je dat niet leuk. En als het ook nog waar is, schaam je je helemaal.

 

Nu is er nog een heel verschil tussen dom zijn en dom doen. En omgekeerd, hetzelfde verschil zit tussen wijs zijn en wijs doen, wijs optreden. Je kunt een goed verstand hebben maar het niet of nauwelijks gebruiken. Dat is natuurlijk echt dom. Wijsheid heeft dus heel erg te maken met wat je doet. Wijsheid is niet je IQ, maar of je dingen door hebt en er goed op reageert. Wijsheid is dus ook niet hetzelfde als kennis. Kennis heb je nodig om dingen te doorzien en om goed te kunnen reageren. Maar iemand met heel veel kennis kan alsnog dom doen en zich volledig in de nesten werken.

 

Om wijs te willen worden spannen we ons soms best in. Toch is wijs worden moeilijker dan kennis verzamelen. Als je voor je examens zit werk je hard om heel veel kennis in je hoofd te stoppen. En voor praktijkexamens oefen je heel veel zodat je een bepaalde opdracht goed kunt uitvoeren. Maar wie veel kennis in zijn hoofd heeft gestopt is nog niet persé wijs geworden. Wijsheid lijkt meer op zo’n praktijkvak: je moet het oefenen. En dan niet voor één opdracht, maar echte wijsheid blijkt als iemand ook in een nieuwe situatie goed kan reageren. En het juiste kan zeggen, of op tijd zijn mond weet te houden. Of de beste beslissing kan nemen. Om wijs te worden willen we ons best inspannen. Maar dat kost best veel inspanning. Wijsheid komt met de jaren, wordt er daarom wel eens gezegd.

 

Nu wordt wijsheid soms erg eenzijdig ingevuld. In onze cultuur gaan bepaalde dingen door voor ‘wijs’, terwijl het nog maar de vraag is of het echt zo verstandig is. De wereldse wijsheid zegt: Vertrouw op jezelf. Verdien veel geld. Oneerlijkheid kan je soms best verder helpen. Probeer je relatie uit voor je trouwt. Allemaal wijsheid vanuit een wereld die niet gelooft in God. Allemaal wijsheid waarin de slimme mens centraal staat. De mens die ten diepste alleen zichzelf vertrouwt en zichzelf het laatste woord geeft. Of het nu vanuit het gevoel is of vanuit het verstand.

 

Wanneer je dan bijbel gaat lezen kom je een heel andere invulling tegen van het begrip ‘wijsheid’. In de preek van vanmorgen moet het gaan over Gods wijsheid. God is de Alwijze, zegt Romeinen 16:27. Artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: ‘God is volkomen wijs’. Dat betekent: God doorziet alles volledig, Hij taxeert alles precies zoals het is, en Hij reageert daarop vanuit heel zijn liefdevolle, trouwe en genadige wezen, op een manier dat de dingen gaan zoals Hij voor ogen heeft. Als het in de bijbel over wijsheid gaat heeft die wijsheid altijd zijn bron in deze God. Wijze mensen in de bijbel leven dichtbij God. Zij houden Gods geboden aan als de juiste weg voor het leven. ‘Gods wet is wijsheid’, zegt Psalm 119:7. Denk ook aan de wijze en dwaze meisjes van Matteüs 25, die wachten op de bruidegom. Wijsheid is daar dat je op alles bent voorbereid. Psalm 111:10 zegt: ‘Het begin van wijsheid is ontzag voor de HEER, wie leeft naar zijn wet, getuigt van goed inzicht.’ Deze wijsheid is dus nogal anders dan wat in onze samenleving voor ‘wijs’ doorgaat. De bijbelse wijsheid staat daar zelfs haaks op. Want de wijsheid van de wereld is: ‘Vertrouw op jezelf. Ga uit van je zelf. Alleen jij weet wat goed voor je is.’ Maar de wijsheid van de bijbel is: ‘Vertrouw op God. Ga uit van zijn geboden. Alleen God weet wat goed voor je is.’ Er vind dus nogal een herschikking van definities plaats! En we voelen ook wel aan dat het best lastig is om dagelijks in een samenleving te verkeren die er op het punt van ‘wat is wijsheid’ een heel andere definitie op na houdt.

 

Om nu de wijsheid die de bijbel ons wil leren te kunnen begrijpen, moeten we eerst kijken naar Gods wijsheid. Wat houdt de wijsheid van God in? Zojuist zei ik: ‘God doorziet alles volledig, precies zoals het is, en Hij reageert daarop vanuit heel zijn liefdevolle, trouwe en genadige wezen, op een manier dat de dingen gaan zoals Hij voor ogen heeft.’ Wanneer we nu 1 Korintiërs 1 bekijken ontdekken we het verband tussen Gods wijsheid en de mens.

 

Het thema voor de preek van vanochtend is:

De wijsheid van God is de uitschakeling van de 1e Adam en de inschakeling van de 2e Adam

Ik kan me voorstellen dat dit niet op slag duidelijk is, maar hopelijk is het dat aan het eind van de preek wel.

 

Of wij geloven dat God wijs is, de Alwijze, is misschien niet eens zo zeer de vraag. Toch is een preek over de wijsheid van God nuttig want heeft het voor ons vaak niet iets ‘statisch’? ‘God is volkomen wijs’, zeggen we artikel 1 van onze belijdenis na, maar dan? Wat doen we daarmee? Of wat heb je daaraan? Het zou mooi zijn als de wijsheid van God een bepaalde rol in je leven gaat spelen. Dat het betekenis voor je krijgt. En natuurlijk, dat je zelf ook wijs wordt. Dat komt dus ook aan de orde in deze preek: de wat slapende belijdenis ‘God is volkomen wijs’ levend maken. En een plek geven in ons bestaan.

 

Dan nu over Gods wijsheid. Allereerst moet ik zeggen: Gods wijsheid is anders. Anders dan menselijke wijsheid. Sowieso is de aard van Gods wijsheid anders. Wanneer we God de ‘Alwijze’ noemen, kan het erop lijken dat mensen wijs zijn, wijs kunnen zijn, en dat God dan altijd nog weer een stapje, of een forse stap wijzer is. Maar zo komen we niet uit bij een goed beeld van Gods wijsheid. Want die is helemaal anders. Terwijl menselijke wijsheid kan worden gebruikt om een slechte daad uit te denken, is dat bij God nooit zo. En waar mensen wijsheid moeten opdoen, moeten leren, en ook weer kunnen verliezen, is Gods wijsheid er altijd. En wijze mensen kunnen ondanks hun wijsheid domme dingen doen, maar God nooit. Gods wijsheid is helemaal verbonden met al zijn andere eigenschappen. Met zijn eeuwigheid. Met zijn onveranderlijkheid. Met zijn almacht. Met zijn liefde.

 

Ook wat betreft inhoud is Gods wijsheid anders. We zagen het eerder al: menselijke wijsheid zegt: ‘vertrouw op jezelf’. Gods wijsheid zegt: ‘mens, geef je aan God over’. Dat is die herschikking van definities. In 1 Korintiërs 3:18-19 wordt dat onder woorden gebracht. Daar staat: ‘Laat niemand zichzelf bedriegen, voor de gek houden. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God’. Dat laatste begrijpen we: God vindt de wereldse wijsheid onverstandig. Want wie op zichzelf vertrouwt, loopt een keer tegen de muur. Wie op zichzelf vertrouw loopt allerlei beschadigingen op in het leven. Maar wat betekent dat eerste gedeelte van deze verzen? Dat je eerst dwaas moet worden, pas dan kun je wijs worden. Wie dus wijs wil worden moet nu goed opletten, hier wordt de sleutel aangereikt. De sleutel tot wijsheid is: je moet eerst dwaas worden! Dat betekent niet dat je je denken uit moet zetten, en onnozel moet gaan doen. Het betekent wel dat je je vertrouwen op jezelf moet uitschakelen. En al je kaarten op God zetten. In de wereld ben je dan gek: ‘Spreid je risico’s. En hou altijd meerdere ijzers in het vuur.’ Maar wie echt wijs wil zijn, doet zo dwaas. Tussen hoge komma’s ‘dwaas’. Die zet al zijn vertrouwen op God.

 

Nu zijn er in de bijbel genoeg voorbeelden te vinden van dergelijke wijsheid. Wijsheid die in de ogen van de wereld dwaas is. Een dwaasheid die wij ook best kunnen meevoelen. Dat maakt die voorbeelden ook zo inzichtgevend. Het eerste voorbeeld dat ik nu geef gaat over het volk Israël dat wegtrekt uit Egypte. Na de tiende plaag laat de Farao hen gaan. Maar als ze dan onderweg zijn zegt de Here tegen Mozes, dat is Exodus 14:2-4: ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze omkeren en hun kamp opslaan voor Pi–Hachirot, tussen Migdol en de zee; jullie moeten je kamp recht tegenover Baäl–Sefon opslaan, vlak bij de zee. De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de HEER ben. De Israëlieten gehoorzaamden.’ Dat laatste is opvallend. ‘De Israëlieten gehoorzaamden.’ Want ze gaan moedwillig een doodlopende fuik in. Voor hen is de rode zee. Naast hen is de woestijn. Als de Farao achter hen aan zou komen, zouden ze geen kant op kunnen. Dit is dus niet handig. Maar God zegt: ‘Ik wil dat juist. En de Farao zal ook achter jullie aankomen. Maar dan ga Ik hem mijn majesteit laten zien door hem te vernietigen!’ Wat ook gebeurd is toen God het droge pad door de rode zee weer liet overstromen.

 

Aan het einde van de woestijnreis gebeurt iets soortgelijks. Israël komt bij Jericho. Je leest dat in Jozua 6. En de Israëlieten moeten dan iets vreselijks doms doen. Ze moeten rondjes om de stad heen lopen. Gewoon rondjes om de stad. En verder niets. We kunnen ons wel indenken wat de inwoners van Jericho gezegd hebben. En wij zouden dat denk ik ook gezegd hebben: ‘Die Israëlieten zijn niet goed wijs.’ Maar de muur stort in en de stad gaat verloren. En het is duidelijk: God zelf opent zo de deur naar het land Kanaän.

 

Bekend is vast ook wel het verhaal van Gideon die het grootste deel van zijn leger naar huis moet sturen; Rechters 7. Gideon heeft een leger van 32.000 man. Maar God zegt, zie Rechters 7:2: ‘Het leger dat je bij je hebt is te groot. Zo lever Ik de Midjanieten niet aan jullie uit, want Ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd.’ Vervolgens mogen eerst alle soldaten naar huis die bang zijn. Gideon houdt 10.000 man over. Daarna moeten de mannen water gaan drinken, en alleen zij die het water oplikken met hun tong -in plaats van te knielen- mogen blijven. Dat zijn er maar 300! Gideon stuurt de andere 9700 naar huis. Is dit dom of niet?! Maar God wil laten zien dat Hij voor zijn volk strijdt.

 

Ik zou ook nog kunnen vertellen van David die Goliath verslaat. Een domme actie, toch? Ongewapend, onervaren, gaat de herdersjongen David op de Filistijnse reus af. Goliath voelt zich hierdoor zelfs beledigd. Maar David zegt, zie 1 Samuël 17:47: ‘Ik kom naar je toe in de naam van de Heer. Ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen. Dan zal iedereen hier beseffen dat de Heer geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want Hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt.’ In al deze voorbeelden zie je werkelijkheid worden wat er staat in 1 Korintiërs 3:18: ‘om wijs te worden, moet je eerst dwaas worden.’ ‘Dwaas worden’ houdt hier in dat je iets doet wat men in de ongelovige wereld nooit zou doen. Namelijk: vertrouwen op God. Je -als God dat vraagt- in een situatie begeven waar alleen de Here je uit kan redden.

 

Wat is nu het wijze van God hierin? Dit: dat God hierdoor geëerd wordt! Dat God zo roem en lof ontvangt. God schakelt mensen uit, God schakelt hun kracht en inzicht uit, om zijn kracht en zijn wijsheid aan het licht te brengen. Zodat mensen in Hem gaan geloven. Zodat zijn volk zich aan Hem gaat toevertrouwen. Zodat uiteindelijk wij Hem ook gaan eren. Het gedeelte dat we gelezen hebben uit 1 Korintiërs 1 vertelt ons dat God ook bij het tot geloof komen van mensen zijn wijsheid inzet. Die bijzondere wijsheid van uitschakeling van de mens. God brengt mensen namelijk niet tot geloof door geweldige openbaringen ofzo. Of door wonderen. Of door mensen uit te dagen met hun eigen verstand de weg naar God te zoeken. Nee, God kiest voor het dwaze middel van de verkondiging. Gewoon, zwakke mensen die je het evangelie vertellen. En dan de inhoud van die verkondiging, die is ook al zo vreemd, zo dwaas. Het evangelie gaat niet over een glorieuze koning die al zijn vijanden aan zich onderwerpt. Nee, het gaat over de mens Jezus die zichzelf door zijn vijanden laat doden aan het kruis. ‘Voor Joden is dit aanstootgevend, voor de heidenen is het dwaas,’ zegt Paulus in vers 23-24, ‘maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid.’ Mensen redden niet zichzelf, maar hun redding ligt alleen in Christus. Zodat de mens niets heeft om zichzelf op voor te staan, maar hij kan alleen Gods naam groot maken. Dat is vers 29: ‘Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.’ Vers 24 zei: ‘Jezus is Gods wijsheid’. Want door Jezus’ leven en werk op aarde houdt God vast aan zijn recht, houdt God vast aan de noodzaak van straf op de zonde, maar tegelijk kan God al zijn liefde en genade geven! Tegelijk is God genadig en houdt Hij de mens in leven. God schakelt de mens uit, de 1e Adam, en Hij schakelt Jezus in, de 2e Adam.

 

Een heel mooi voorbeeld daarvan zien we rond de zwangerschap van Maria, de moeder van Jezus. Jezus wordt geboren uit de maagd Maria. Niet Jozef maakt haar zwanger, maar zij bleek zwanger te zijn door de heilige Geest. Want niet de mensheid brengt zijn eigen redder voort, maar die moet aan de wereld gegeven worden. Die moet van buiten af komen. Daar zien wij op z’n duidelijkst dat Gods wijsheid is dat hij de 1e Adam, de mens, uitschakelt. En Hij zet de 2e Adam in, Jezus. God doet dat omdat de wereld anders nooit ware redding had gekend. Maar deze wijsheid van God heeft ook als doel dat de mens zich aan Hem overgeeft en zich aan Hem toevertrouwt. Daarvoor geeft God zijn eigen Geest om dat in een mensenleven te bewerken. En Gods doel met zijn wijsheid is ook dat de mens voor zijn redding God dankt, en Hem de eer toebrengt. Zo zegt 1 Korintiërs 1:30: ‘Door Hem -door God- bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost.’

 

Jezus is dus Gods wijsheid (zie vers 24), maar Jezus is ook onze wijsheid (zie vers 30). Dat Jezus Gods wijsheid is houdt in dat God door Jezus kan vasthouden zowel aan zijn rechtvaardigheid als aan zijn genadige liefde. Dat Jezus onze wijsheid is betekent dat wij door Jezus wijze mensen worden. Doordat Jezus ons gegeven is, en doordat ook het geloof in Jezus ons gegeven is, leren wij dat we volledig afhankelijk zijn van God. En dat het beste dat we kunnen doen is: ons toevertrouwen aan Hem! Dat is die wijsheid die de wereld maar niets vindt, maar die je uiteindelijk wel redt. Waarmee je het redt. En net als bij Israël in de woestijn, net als bij Jericho, net als bij Gideon en David, net als bij de geboorte van de Here Jezus zeggen wij dan: ‘Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen’, Romeinen 11:33. Daar gaat het over het ongeloof van de Joden, over het geloof van de christenen uit de heidenen, dat bedoelt is om de Joden jaloers te maken, en hen zo toch te behouden door Jezus. Ook dat is een staaltje van ongedachte, schitterende, goddelijke wijsheid.

 

Hoe is het in ons leven met die wijsheid van God? We zouden immers ook proberen het belijden van Gods wijsheid van zijn slapende bestaan te ontdoen, en kijken of het actief is te maken in ons geloof en leven. Eerst moeten we dan constateren dat wij vaak genoeg in ons leven merken dat we wijsheid zoeken in onszelf. Eigenwijsheid, heet dat. Dat leren we van de wereld om ons heen. Maar het zit ook in de mens sinds de zondeval. Maar al te vaak vertrouwen we vooral op onszelf, gaan we uit van wat ons handig lijkt, en luisteren we naar de stem van ons eigen hart. In allerlei situaties, en bij allerlei keuzes, zelfs onbewust. Daarnaast, wanneer we proberen ons aan God over te geven, wanneer we proberen zijn geboden wel te volgen, ons aan Hem toe te vertrouwen, dan ontdekken we dat dit ontzettend moeilijk is. Ons eigen willen komt telkens weer boven drijven. Toch moet dat ons er niet toe brengen dat we het dan maar voor gezien houden. En het ‘proberen’ ook op zouden geven. Want, eigenwijsheid doet God teniet, 1 Korintiërs 1:28. Eigenwijzen, die zichzelf proberen te redden, kunnen niet bij God komen. Nu niet, maar later ook niet. De troost voor hen die proberen vanuit Gods wijsheid te leven is dit: het enige wat je zelf moet doen is: je eigen kracht en wijsheid laten uitschakelen. Dat opgeven. En je dan laten leiden door God. Door wat Hij zegt in zijn woord, door wat Hij doet in je leven. Dat geeft een enorme ontspanning, en rust. Voorbeelden van leven uit Gods wijsheid nu zijn: de bijbel als gids voor je leven nemen. En: gehoorzamen aan Gods wet, de 10 geboden. En: je laten leiden door Gods Geest. Dat is een leerproces. Een praktijkvak dat oefening vergt. En ja, dat betekent dat je vanuit de wereld gezien dom bent. En je aan dwaze regels onderwerpt en aan een dwaas oud boek. Maar God zegt: ‘Je bent juist wijs. En verstandig. Het begin van wijsheid, is dat je ontzag hebt voor Mij en Mij dient.’ En dan eindig ik de preek met die vraag van het begin: Wie hier in de kerk wil er nou niet wijs gevonden worden?! Amen.