Hemels perspectief op de strijd die christenen doormaken

19 augustus 2012

Het door Christus aanvaarde koningschap (11:15-19) wekt hooggespannen verwachtingen. Maar wat merk je hier nou van? Jezus laat vanuit de hemel zien waar de woede van de satan tegen de kerk en haar leden vandaan komt.

Lezen: Genesis 3:1-15

Tekst: Openbaring 12

Ik begin de preek met een voorbeeld waaruit duidelijk wordt wat er aan de hand is in Openbaring 12. Denk je in dat je meedoet aan een spel, een bordspel, bijvoorbeeld Kolonisten of Risk of Monopoly. Op een gegeven moment weet je dat je gaat verliezen. Er is geen ontkomen meer aan, je gaat verliezen. En dat zit je niet lekker. Dan kun je nog één ding doen, en dat is het spelbord omdraaien. In je kwaadheid gooi je de hele boel overhoop. Als jij niet kunt winnen, dan mag niemand winnen.

 

Dat is wat de duivel doet in deze wereld nu hij weet dat hij verloren heeft. Hij is een slechte verliezer. Hij weet dat hij niet meer kan winnen. Christus heeft het koningschap op zich genomen. Hij regeert met macht en majesteit in de hemel. En in zijn tomeloze woede hierover keert de duivel zich tegen de christenen. Voert hij strijd tegen hen. Dat is het enige dat hij nog kan doen. Met de gedachte: als ik niet win, dan niemand. Maar daarin vergist hij zich. Want juist zijn verliezers-woede laat zien dat Christus al gewonnen heeft!

 

Het thema voor deze preek is:

Onze strijd is teken van Christus’ overwinning

 

Voor ik dat verder ga uitwerken geef ik eerst een overzicht van de eerste 11 hoofdstukken van het boek Openbaring. Afgelopen seizoen is dat allemaal bepreekt, maar dat is alweer even geleden. In het komend seizoen hoop ik met 11 preken de serie te voltooien.

 

In Openbaring 1 krijgt de kerk Christus te zien zoals Hij werkelijk is. In al zijn goddelijke majesteit en heerlijkheid. Hij is de hoofdpersoon van dit boek.

 

In Openbaring 2 en 3 laat Christus weten wat Hij vanuit zijn hemels perspectief ziet als Hij naar de 7 gemeenten in Asia kijkt.

 

Dan komen we bij een gedeelte, hoofdstuk 4 t/m 16, dat één geheel vormt. Dit gedeelte is onder te verdelen in drie stukken: 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen. Het losmaken van de 7 zegels door Christus laat zien dat God zich klaarmaakt om te oordelen. Die zegels zitten immers om de boekrol waarin Gods handelen beschreven staat. De dingen die God doet en gaat doen om zijn vijanden te straffen en zijn kinderen te bevrijden. Dat Christus de Middelaar die zegels losmaakt laat zien dat God gericht is op redding. Christus heeft geduld. God maakt zich klaar om te oordelen, maar Hij wil zoveel mogelijk mensen sparen.

 

Daarom volgt op het losmaken van het laatste zegel ook nog niet Gods oordeel. God gaat de wereld eerst nog waarschuwen. Hij kondigt zijn oordeel aan. Zodat het niemand zomaar overvalt. Zeven keer wordt er hard op de alarmtrompet geblazen. Dat klinkt dreigend en dat is het ook. Rampen en verschrikkingen gaan over de aarde. Mensen maken oorlog met elkaar. Ziekte en dood treft de mensen. God wil de wereld daarmee wakker schudden. Voordat het te laat is en de laatste bazuin klinkt.

 

En die laatste bazuin klinkt in hoofdstuk 11:15. Komen dan nu direct de 7 schalen? Nee, dat is pas in hoofdstuk 16:1. Eerst zijn er nog 4 tussenhoofdstukken. In de zegel- en bazuinserie kwamen we ook al van die tussenhoofdstukken tegen. Tussen het losmaken van het 6e en 7e zegel zit Openbaring 7. Waarin het resultaat van Christus’ geduld wordt getoond: 144.000, een ontelbare menigte mensen zal de grote dag van Gods toorn doorstaan. En tussen het blazen op de 6e en 7e bazuin zitten de hoofdstukken 10 en 11. Hoofdstuk 10 laat zien dat God nog een laatste profeet geeft voordat het oordeel komt, namelijk Johannes met de Openbaring. En hoofdstuk 11 laat zien dat God de kerk aan de wereld geeft. De kerk die getuigt van Hem. Die tussenhoofdstukken zijn belangrijk. Ze laten Gods geduld zien. God is uit op redding en behoud. Openbaring staat vol met Gods oordelen. Angstaanjagende oordelen. Maar wie goed leest ontdekt dat Openbaring uiteindelijk het boek is van Gods geduld. En zo willen die tussenhoofdstukken de lezer ook troosten. Want wie kan de oordelen van God aanhoren zonder tussendoor bemoedigd te worden?

 

En zo vormen ook de hoofdstukken 12 t/m 15 tussenhoofdstukken. Ze zitten nu niet tussen de 6e en 7e schaal, maar ze gaan vooraf aan de hele schaalserie. Het leeggieten van de schalen is immers de uitvoering van het oordeel van God over de wereld. Dat wordt straks in hoofdstuk 16 aan één stuk verteld. Maar eerst moet de kerk nog bemoedigd worden. En getroost. Want er lijkt iets vreemds aan de hand te zijn. Hoofdstuk 11:15-19 wekt hoge verwachtingen. De 7e en laatste bazuin wordt geblazen. Luide stemmen klinken in de hemel: ‘Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn messias. Hij zal heersen tot in eeuwigheid.’ God had het koningschap altijd al in bezit, maar nu gaat Hij dat heel duidelijk uitoefenen. Maar komt nu dan niet de bevrijding van Gods kinderen? Dat moet toch wel? Als God en Christus als koningen gaan heersen over deze wereld, dan betekent dat toch dat er een heerlijke tijd aanbreekt? Dan betekent dat toch dat er een einde komt aan het kwaad, aan moeite en verdriet, en vooral: aan de macht van de satan?

 

Maar zo ervaren christenen dat niet. Zij ervaren juist strijd. Hoe kan dat? Hoe kan het dat christenen nog te maken hebben met de aanvallen van satan? Waar is hun koning dan? Waar is Christus? Wat is dan de betekenis van zijn overwinning?! Zo zeggen wij dat toch, en zo geloven wij dat toch: Christus heeft overwonnen. Hij is koning van hemel en aarde. Hij zit op de troon aan de rechterhand van de Vader. Hij regeert met macht en majesteit. Maar wat ervaren wij van zijn koningschap en overwinning? Wij zeggen dat hier op zondag tegen elkaar, maar morgen hebben we gewoon weer te maken met de wereld van alle dag waarin de overwinning van Christus geen rol lijkt te spelen.

 

Deze vraag -hoe het zit met de doorwerking van Christus’ overwinning- is natuurlijk levensgroot voor christenen die vervolgd worden. De eerste hoorders van het boek Openbaring leden ook sterk onder vervolging. In de brieven die speciaal aan hen gericht zijn lees je dat. In de brief aan Pergamum schrijft Christus: ‘Ik weet waar u woont, namelijk waar satans troon staat.’ Zij leven dus in een omgeving waar de tegenstand tegen God hoogtij viert. Maar, gaat Christus verder: ‘U bent mijn naam trouw gebleven en hebt uw geloof in mij niet verloochend, ook niet toen Antipas, mijn betrouwbare getuige, werd gedood in uw stad.’ Dit is duivelswerk. Satan zet mensen op tegen de gemeente. Zodat leden van de gemeente uiteindelijk gedood worden. Christus onthult hier dat het satan is die achter de haat van mensen zit. Zo krijgen de gemeenteleden in Smyrna van Christus te horen: ‘Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid.’ En ook vandaag zijn er heel veel christenen die te maken hebben met haat en vervolging en gevangenschap en doodsdreiging. Voor hen is de vraag levensgroot: als dit kan bestaan op aarde, wat is dan de betekenis van Christus’ overwinning?

 

Voor ons zit die strijd op andere plekken. Wij hebben niet te maken met vervolging. Waar merken wij iets van de aanvallen van de satan? Nou, zit dat bijvoorbeeld niet achter allerlei ellende die je kan overkomen? Zoals ziekte? Satan is erop uit om alles kapot te maken. Daar geniet hij van. Hij wil afbreken; je lichaam, dat mooie lichaam dat je van God kreeg. Ziekte is een aanval van de satan op je geloof. Velen ervaren dat zo.

 

Zit satan ook niet op eenzelfde manier achter het kwaad van echtscheiding? En de ruzie die daaraan voorafgaat? Waar komt dat vandaan? Je huwelijk begon zo mooi. Waar komt dat vandaan? Ja, waarom zou dat niet van de duivel komen? De onruststoker van het begin. Die ruzies aanblaast. Die werkt en wroet. Die je influistert dat je moet kiezen voor jezelf.

 

En zit de satan ook niet achter onze twijfel? En achter de verleiding tot zonde? En achter onze gemakzucht in de dienst aan de Here? Moet je niet zeggen dat elke zonde een overwinning van de satan is? Ik weet dat er gemeenteleden zijn die dit heel sterk zo ervaren. Terecht. Want satan heeft het op ons gemunt. De grote innerlijke strijd die wij te voeren hebben is een strijd tegen de satan en zijn trawanten. In Efeziërs 6:12 zegt de apostel Paulus: ‘Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.’ En daarmee wuift hij onze eigen verantwoordelijkheid niet weg. En ook niet de rol van God bij ziekte en moeite. Maar hij laat zien wat er achter onze moeiten zit. De aanvallen van de satan op Gods kinderen zitten niet alleen in vervolging. In dat geval zouden wij er niet mee te maken hebben. Maar dat is een illusie. Iedereen die Gods geboden houdt en bij het getuigenis van Jezus blijft is mikpunt van satans woede.

 

En de strijd die dat oplevert is zwaar. Is beangstigend. En wij lijden in deze strijd ook verliezen. We raken gewond. Dat kan zijn door het sterven van een geliefde. Of door het einde van je huwelijk. Of doordat je de gevolgen van zonden je leven lang met je meedraagt. Sowieso laat elke zonde toch iets van een litteken achter in je bestaan? God vergeeft. Maar het kwaad in je leven is toch al geschied? Wanneer je dit herkent in je leven, komt daarmee die vraag ook op jou af: hoe kan dit? Christus heeft toch overwonnen? Waarom dan nog dit leven vol strijd, verwonding, teleurstelling en verlies?

 

Op die vraag geeft Openbaring 12 het antwoord. Het is als dat spel. Satan gooit het spelbord overhoop nu hij weet dat hij het verloren heeft van Christus. Zo kwaad is hij. Maar dat betekent dat onze strijd een teken is van Christus’ overwinning. En dat bemoedigt! Wanneer christenen worden weggestopt in gevangenissen, wanneer wij gevoelige verliezen lijden, dan betekent dat niet dat satan aan het winnen is maar dat hij kwaad is over zijn verlies. Dat hij zich verzet tegen zijn ondergang. Openbaring 12 onthult ons het hemels perspectief op onze strijd.

 

Lees maar eens mee, Openbaring 12. Johannes ziet een groot en indrukwekkend teken in de hemel. Een vrouw, bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd. Oftewel, ze staat in het centrum van het heelal. Al het licht om haar heen geeft aan dat ze bij God hoort. Vers 5 laat zien dat ze de moeder is van Christus, vers 17 laat zien dat ze de moeder is van de christenen. Oftewel: zij stelt de gemeente van God voor, van het oude en nieuwe testament. Uit Gods gemeente van het Oude Testament komt Christus voort. De tijd van het Oude Testament is de tijd van haar zwangerschap. Maar een grote, vuurrode draak wil haar kind verslinden zodra het geboren is. De tekening van deze draak laat zien dat dit de duivel is. De achtergrond van Openbaring 12 is Genesis 3:15. God heeft vijandschap gesticht tussen de satan en de vrouw, tussen zijn nageslacht en dat van haar. En God heeft de satan ook al laten weten hoe dat af zal lopen: ‘zij verbrijzelen jouw kop, maar jij bijt hen in de hiel.’ Dat maakt dat de satan er alles aan probeert te doen om deze genadeslag te voorkomen. Daarom wil Hij het pasgeboren kind doden. Denk aan de kindermoord door Herodes in Bethlehem. Maar het lukt de duivel niet om Jezus te doden. Hij voltooid zijn werk op aarde en wordt opgenomen in de hemel. In vers 5 wordt dit heel erg kort verteld. Alleen kerst en hemelvaart worden genoemd. Maar dat is hier voldoende. Want het gaat hierom dat de satan deze eerste slag verliest. Zouden de eerste hoorders van het boek Openbaring gejuicht hebben toen dit werd voorgelezen? Zou het hen zijn gaan dagen: die satan die het zo op ons gemunt heeft, is uiteindelijk gewoon een slechte verliezer?

 

Maar het verhaal gaat verder, vers 7: satan geeft niet op. Satan achtervolgt Christus tot in de hemel. Tenminste, dat is hij van plan. Satan is gewend in de hemel de kinderen van God aan te klagen. Denk aan hoe dat beschreven wordt in het boek Job. Maar nu Christus aan het kruis voor de zonden betaald heeft, is dat afgelopen. Alle aanklachten van satan ketsen af op dit offer. Vanwege het bloed dat Christus gaf kan God zijn kinderen vergeving schenken. Daarom gaat de hemel voor satan op slot. Satan bestrijdt dit, wil toch toegang, maar Michaël en zijn engelen slaan hem terug. De draak wordt op de aarde gegooid. Dat is iets dat meerdere keren gezegd wordt in dit hoofdstuk: satan werd op aarde gegooid. Dat is zijn tweede nederlaag!

 

En dan komt de derde. Dat is vanaf vers 13. Wanneer de draak ontdekt dat hij het werk van Christus op aarde niet kan dwarsbomen, en in de hemel niet, gaat hij achter de gemeente van Christus aan. De moeder van de nieuwe mensheid. De satan doet er alles aan om God zijn eer en aanbidding te ontnemen. Maar de vrouw, de gemeente, krijgt twee vleugels om naar de woestijn te vliegen, buiten het bereik van de draak. En ook een poging om haar daar te treffen mislukt. Christus’ gemeente is veilig. De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. De kerk zal blijven bestaan tot Christus’ wederkomst.

 

Maar dan komt vers 17, en dat is de spits van Openbaring 12. Want wat maken christenen mee in de tijd tussen hemelvaart en wederkomst? Strijd! Intensieve strijd. Vers 17 zegt: ‘De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht, met allen die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven.’ Openbaring 12 laat aan de kerk zien waarom die strijd zo hevig is: de duivel heeft drie keer verloren. Daarom slaat hij in blinde woede om zich heen. Petrus zegt het zo in 1 Petrus 5:8: ‘Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.’ Onze strijd, als christenen vandaag, staat in het kader van Genesis 3:15. Onze strijd vandaag heeft een voorgeschiedenis: het drievoudig verlies van satan.

 

Laten wij daarom niet vreemd opkijken wanneer ziekte ons treft. Moeite. Ellende. Mislukking. Tegenstand. Twijfel. Verlies. Verleiding tot zonde. Het vallen in zonde. Petrus zegt het toch ook: ‘Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks’. We ontkomen niet aan littekens in ons leven. De strijd in het leven van een christen is ook geen teken van een zwak geloof. Dat kon wel eens juist omgekeerd zijn. Openbaring 12:17 zegt dat zij het mikpunt van satan zijn die zich aan Gods geboden houden en bij het getuigenis van Jezus blijven. Strijd in het leven van een christen is ook geen gebrek aan leven vanuit de overwinning. Het komt juist voort uit de overwinning; van Christus!

 

Maar het evangelie van vanmorgen bestaat niet alleen uit de waarschuwing dat je als christen te maken krijgt met strijd. Het evangelie van vanmorgen is vooral een bemoediging. Want de strijd die wij ondervinden is en blijft een teken van Christus’ overwinning. En van satans verzet tegen zijn ondergang. Het zijn zijn laatste stuiptrekkingen waarmee hij ons leven pijnlijk overhoop schopt. Daarom mag hoofdstuk 12 van de Openbaring ons blij maken: het laat Christus’ overwinning zien en satans verlies. En we zien in dit hoofdstuk ook dat satans mogelijkheden zijn ingeperkt op drie manieren: 1) hij kan ons niet meer bij God aanklagen, hij kan alleen nog verleiden, 2) zijn werkterrein is beperkt tot de aarde, en 3) de tijd die hij heeft is beperkt: hij heeft nog maar kort.

 

Het komt er voor ons nu op aan om vol te houden. In Openbaring 13:10 zal de kerk dat te horen krijgen: ‘hier komt het aan op standvastigheid en trouw’. In Openbaring 13 zal nader worden uitgewerkt hoe de satan strijd voert tegen Gods kinderen. Volhouden betekent dat we alert zijn op de woede van de satan. Dat we doorhebben dat hij zijn venijnige strijd met ons voert. We moeten elkaar maar veel steunen in die strijd. En veel de 6e bede bidden: ‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Dan bidden we niet of God de strijd bij ons vandaan wil houden, maar of Hij ons staande wil houden. Of Hij ons wil bewaren voor opgeven. Ja, en we vragen God met deze bede of Hij wil heen werken naar dat moment van de definitieve overwinning van Christus en de totale ondergang van de satan. Niet voor niets eindigt het Onze Vader met deze lofprijzing: ‘Want van u is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid. Tot in eeuwigheid.’ Amen.